Home>Boeken>Verslag van een afbraakproces

Verslag van een afbraakproces

Met zijn jongste boek Heilige Onrust stoot Frits de Lange een volgend heilig huisje omver. Ook de hemel is niet meer. Maar er is meer over te zeggen. Tjerk de Reus beantwoordt vier vragen over De Lange en z’n nieuwste titel.

1. Waar ligt de schrijver wakker van?
Frits de Lange (1955), hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologisch Universiteit, ligt waarschijnlijk steeds minder vaak wakker. Allerlei theologische vraagstukken zijn in de loop der tijd minder zwaar voor hem gaan wegen. Dat kan rust geven, want dan ben je ook van de lastige vraag verlost wat je met allerlei klassieke geloofsthema’s moet beginnen in de huidige tijd en in de hedendaagse cultuur. De Lange formuleert in zijn boek Heilige onrust zijn minimal theology en zegt nogal vaak: dit hebben we achter ons gelaten, dit kunnen we niet meer geloven, hiervan hebben we ingezien dat het niet werkt, et cetera. Hoewel de titel van zijn boek duidt op onrust, lijkt hij uiteindelijk toch vooral op rust te mikken. Op de slotpagina’s van zijn boek resulteert zijn betoog in de gelukzaligheid ‘van niets of niemand meer iets te hoeven’. Dat is niet per se met je armen over elkaar zitten, want De Lange schrijft ook veel over messiaanse onrust, over de drang om voort te gaan in de hoop op een betere toekomst en een beter leven. Maar er zit een tendens in zijn boek naar het uiterst minimale: ‘er zijn’, en daarmee basta. Dat formuleert hij veel diepzinniger dan ik hier kan doen, maar het komt erop neer: te leven net als een roos, die er gewoon is, zonder waarom of waartoe. Een ‘vermageringskuur’ noemt De Lange de pelgrimsroute die tot deze slotsom heeft geleid.

2. Wat verrast in dit boek?
Het grote thema van dit boek is ‘pelgrimage’. Vanouds een rituele reis met als doel de verbondenheid met God te zoeken, te bekrachtigen of te herstellen. De Lange vertelt dat het aantal pelgrims dat de reis naar Santiago de Compostella jaarlijks volbrengt, exponentieel stijgt. Moderne pelgrims zijn dat allemaal, die volgens De Lange op een moderne manier hun trektocht beleven. Zij ‘hebben’ niet veel meer met een persoonlijke God die zich vanuit een bovennatuurlijke werkelijkheid met ons bemoeit. Ook mikken deze pelgrims niet op een hemel of een buitenaards paradijs. De reis zelf is het doel geworden. Verassend is hoe De Lange de spiritualiteit die hier niettemin in het spel is, uitlegt als een lichamelijk, aards gebeuren. Het volgen van de weg, het volhouden, het aangewezen zijn op een zekere eenvoud des levens en op de gemeenschap met medereizigers – uit dat alles verschijnt iets als een religieus besef, niet te verwarren met leerstelligheden. Voor De Lange is hier de meest basale vorm van religie te vinden: opstaan, de ene voet voor de andere zetten, omdat je beseft dat dit ertoe doet. Waarom? Omdat je voelt dat het leven méér moet zijn dan wat het ogenschijnlijk voorstelt; dat je op weg moet naar een voller, rijker, beter leven.

De Nieuwe Koers eens een paar maanden proberen? Sluit hier een proefabonnement af. Of lees De Nieuwe Koers digitaal.

3. Wie schrikt van dit boek?
Lezers die uit de media hebben opgesnoven dat Frits de Lange nu ook zijn geloof in de hemel heeft afgeschaft en daarvan geschrokken zijn, zullen ook van dit boek schrikken. De Lange heeft als theoloog de secularisatie verwerkt, hij doet althans serieuze pogingen daartoe, en dat maakt mensen onrustig. Je kunt dit boek ervaren als het verslag van een afbraakproces. Tegelijk is duidelijk dat De Lange als een soort moderne apologeet in gesprek gaat over wat mensen van vandaag beweegt, waarop zij aanspreekbaar zijn – en dat verbindt hij met noties uit het christelijk geloof, waarbij hij ruimdenkend genoeg is om ook Augustinus, Calvijn en Bunyan ten tonele te voeren.

Een pijnlijke blinde vlek bij De Lange is zijn beeld van hedendaagse gelovige kerkgangers.

Wie hecht aan de kerk, de geloofstraditie en aan de vastheid van het geloof zal de exercitie van De Lange vooral als ‘verlies’ beschouwen – maar je kunt ook kijken door de bril van de seculiere postmoderne tijdgenoot, die zich door De Lange meegelokt zal voelen naar de ruimte van joods-christelijk geloven en denken – toch ook denken, inderdaad – om daar inzichten op te doen.

4. Heeft de schrijver blinde vlekken?
Een pijnlijke blinde vlek bij De Lange is zijn beeld van hedendaagse gelovige kerkgangers. Die koesteren allemaal simplistische ideeën over God, denken middeleeuws en hebben geen notie van het mysterie. Bij hen is geloven een vorm van verstandelijk weten dat op alle vragen een antwoord heeft. Het is niet moeilijk om dit type gelovigen en deze manier van geloven af te wijzen, zoals De Lange doet – maar de meeste hedendaagse gelovigen zullen zich er niet in herkennen. Deze retoriek zorgt ervoor dat er in dit boek geen beargumenteerde keuze wordt gemaakt voor bijvoorbeeld het idee dat de hemel niet zou bestaan of in elk geval irrelevant zou zijn. Of dat je wel toekunt met ‘de ene voet voor de andere zetten’. Vragen dergelijke ervaringen niet om duiding? Zou je vanuit de theologie moderne pelgrims niet wat meer te bieden kunnen hebben? Afwezig in dit boek zijn de oudtestamentische pelgrimsliederen, die een goede ‘gesprekspartner’ hadden kunnen zijn. Ook zoek je hier tevergeefs naar inspiratie uit de verhalen van pelgrims door de eeuwen heen over hun ontdekkingen en ervaringen op de route. Daarvan valt wel wat op te steken aan wijsheid, als je bedenkt dat zij die zo op en top aardse, zweterige en moeizame pelgrimsroute bewust beleefden coram Deo: voor het aangezicht van God.

Frits de Lange, Heilige onrust. En pelgrimage naar het hart van de religie, Ten Have, € 17,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *