Beeldend kunstenaar Ben Manusama schildert vanuit de verbinding met het leven. ‘Beeld en titel gaan samen iets doen met de kijker. Het werk ben je uiteindelijk zelf ‘

tekst Arie Kok beeld Sjoerd Mouissie

“Dit werk heet: ‘Don’t waste your tears (Babel secrets).’ Ebola was in het nieuws. Ik zag een plaatje met deze vrouw. Naast haar stond een man met een boek in zijn hand. De titel was: Don’t waste your tears. Ik bedacht me toen dat zich in Afrika ook een middenklasse ontwikkelt. Die doen net als alle middenklassers: ze kopen huizen en computers en zetten hun documenten in de cloud. Afrikanen zijn echt niet de edele wilden die we graag willen dat ze zijn. De middenklasse gaat deel uitmaken van onze westerse manier van leven. Terecht natuurlijk, dat ze meedelen in onze welvaart. Tegelijk denk ik: we lopen met zijn allen de fuik in, we bouwen ons Babel. Daar heeft zij geen schuld aan. Ze is als Eva met de appel, haar laptop is haar boom van kennis van goed en kwaad. Ik heb heel veel sympathie voor haar. Die laptop zou ik nooit willen afpakken.”

Reflecteren

“Mijn schilderijen moeten in verbinding staan met het leven. Zoals een goeie prediker of een leraar iets te melden moet hebben, iets wat hij doorleefd heeft. Ik speel ook gitaar, dat is heel fysiek, agressief soms. Schilderen is veel reflecteren. Tijdens het werk heb ik meestal Radio 1 aanstaan. Ik ben een gevoelig mens, een spons die alles in zich opneemt. Dat moet ik verwerken. Soms schilder ik direct wat ik hoor. Zo kan ik dingen voor mezelf op een rijtje zetten. Tegelijk gaat schilderen ook gewoon om schilderen. Van dit schilderij ben ik blij dat die spijkerbroek zo goed gelukt is. Maar als het alleen daarom zou gaan, zou dat niet genoeg zijn.

“Schilderijen vertragen het denken”

Aan zo’n schilderij gaat ongeveer een maand voorbereiding vooraf. Dan zoek ik naar plaatjes die ik kan gebruiken. Die knip ik uit. Handen, voeten en koppen. Dan plak ik wat aan elkaar en probeer ik iets te maken wat ik kan schilderen. Daarna zet ik het op in potlood, in een dag. Het inschilderen duurt ook een dag. En dan nog een week of twee kijken of er iets bij moet, of nog iets eraf. De voorbereiding is lastig, maar als het er eenmaal opstaat, is het gewoon ‘invullen’, zoals bij Ministeck.”

“Rond mijn zesde jaar wist ik al wat ik wilde worden. We waren bij ons thuis allemaal veel bezig met beeldhouwen, tekenen en muziek. Ik tekende hele schetsboekjes vol. Onze buurman was tekenleraar. Die wilde die boekjes hebben. Hij zei wat hij ervan vond en gaf ons een reep chocolade. Mijn moeder zei: ‘Ben moet maar tekenleraar worden, dan hoeft hij weinig te doen en verdient hij veel geld’. Zo is het gegaan. Ik verdien nog altijd mijn basisinkomen als docent.

In 1981 studeerde ik af als docent en beeldhouwer. Ik woonde op een flat, dat is voor een beeldhouwer niet zo praktisch. Daarom ben ik gaan schilderen, dat kun je overal. Ik benader het schilderen nog steeds als beeldhouwer. Figuren zet ik neer als monolieten, tegelijk schilder ik ze bewust plat. Dat is eigen aan het medium. Slechts een kleine suggestie van vorm moet de diepte geven. Als ik te lang doorschilder, wordt het alsof je een deur in de verf zet.”

“Ik wil niet dat mijn schilderijen therapeutisch worden gelezen, alsof het allemaal autobiografisch is. Een literaire roman is vaak ook autobiografisch, terwijl het daar niet om gaat. Het gaat om het universele. Ik ben geen Molukse schilder. Ik ben ook geen christelijke kunstenaar. Ik ben beeldend kunstenaar. De mate waarin je dicht bij God leeft zal in je werk te zien zijn. Dat geldt ook voor het Moluks zijn. Ik ben opgevoed als Ambonees. Tegelijk ben ik heel Nederlands. Ik ben met een Nederlandse vrouw getrouwd en heb een huis gekocht, wat Ambonezen vroeger meestal niet deden, omdat het de bedoeling was om naar Ambon terug te keren. Maar als ik onder Molukkers ben, verander ik volgens mij vrouw meteen. Ik voel en doe als een Molukker. Dat heeft ook alles met mijn werk temaken.”

Het verhaal van mijn hart

“Ik haal veel inspiratie uit de Polynesische cultuur, waarin veel liederen worden gezongen. Als het daarin over een roeiboot gaat, ligt er een verhaal onder. Daar moet je zelf achter zien te komen. Vaak zijn de liederen tijdens de visvangst ontstaan. Ze gaan over de lucht, de wolken, het roeien. Maar eigenlijk gaan ze over heimwee, naar het vaderland of een meisje. Er zit altijd een sleutelzin in: vertel het verhaal van mijn hart. Wat ik daar mooi aan vind is: als jij het verhaal van mijn hart vertelt, zit daar iets wederkerigs in. Dat is ook iets heel christelijks: als we elkaars verhaal echt willen weten, moeten we luisteren naar elkaar, elkaar echt willen ontmoeten. De schilderijen die ik maak zijn voor jou om te gaan projecteren. Schilderijen vertragen het denken. Het is gestold beeld. Je vindt het mooi of afschuwelijk. Het mooiste is als je niet direct het antwoord weet, maar dat je nog eens kijkt en nog eens… Al mijn schilderijen hebben een titel. Beeld en titel gaan samen iets doen met de kijker. Het werk ben je uiteindelijk zelf.

Er was hier ooit een man die een schilderij zag van een vader en een zoon. Hij was in tranen, en zei: ‘Ik moet eigenlijk iets doen, maar ik kan nu niet weglopen.’ Dat soort ontmoetingen wil ik bewerkstelligen met mijn schilderijen.”

Ben Manusama (geb. 1957) is beeldend kunstenaar en docent creatief-agogisch hulpverlenen aan de Christelijke Hogeschool Ede.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *