Home>Discussie>“Verwantschap met dieren maakt genade alleen maar groter”

“Verwantschap met dieren maakt genade alleen maar groter”

Veel orthodoxe christenen kunnen de evolutietheorie maar moeilijk met hun godsgeloof verzoenen. Maar waarom eigenlijk? In deze online serie vertellen acht christenwetenschappers, van bioloog tot filosoof, van astronoom tot theoloog, over de evolutie van hun scheppingsdenken. Vandaag: Gert Jan Veenstra.

“Mijn denken over geloof en evolutie is in de loop der jaren veranderd. Vanuit mijn jeugd kreeg ik mee dat macro-evolutie onbewezen en speculatief zou zijn, maar als student werd mij al snel duidelijk dat die zienswijze ontoereikend en misleidend is. Jarenlang heb ik de botsing die dat opleverde met de traditionele uitleg van Genesis weten te parkeren. In het begin had ik daar vrede mee, maar met elk nieuw fossiel en genoom – genetisch materiaal van een organisme – dat in de literatuur beschreven werd, ging het meer knagen. Dit dwong mij er opnieuw over na te denken. Dat was spannend: kun je de natuurgeschiedenis in harmonie brengen met het gezag van de Bijbel?

God is de goede God die in de lange geschiedenis van de aarde alles in stand houdt en regeert, ook door de natuurwetten van de evolutie.

Dit heeft voor mij tot twee conclusies geleid. Ten eerste dat de evolutietheorie is gebaseerd op eerlijk en gedegen onderzoek, met een schat aan feiten die de theorie ondersteunen en die nauwelijks ruimte laten voor alternatieve interpretaties. Voor mij als christen is het een principieel punt dat ik recht wil doen aan deze feiten. Mijn tweede conclusie is geweest dat er goede redenen

zijn om je af te vragen of de klassieke, traditionele interpretatie van Genesis 1 en 2 recht doet aan de tekst. Dat laatste was heel bevrijdend om te ontdekken.

Verbondshoofd
Mijn beeld van God is daarmee niet veranderd. Hij is de goede God die in de lange geschiedenis van de aarde alles in stand houdt en regeert, ook door de natuurwetten van de evolutie. Mijn verwondering over Gods grootheid is daarbij groter geworden en mijn visie op het gezag van de Bijbel is niet veranderd. Ik houd vast aan een historische Adam als verbondshoofd. Na Gods bekendmaking van zichzelf aan Adam was er een eerste keer om tegen Hem te zondigen, en ja, in het begin ging het gelijk al mis. Mijn mensbeeld is niet echt anders geworden: Biologisch zijn we sterk verwant aan dieren. Maar dat stoort mij niet, want het maakt de genade alleen maar groter.

Mijn fascinatie voor de biologie is alleen maar toegenomen, want hoe je het ook wendt of keert, de aarde en het leven erop hebben een kleurrijke geschiedenis. Een geschiedenis van veranderingen in genetisch materiaal (genoomevolutie), vormen die veranderen, soorten die gaan en komen. Iets van die kleurrijke geschiedenis mogen we ophelderen, in kaart brengen en verklaren. Dat is gewoon cool.”

Prof. dr. Gert Jan Veenstra is hoogleraar Moleculaire Ontwikkelingsbiologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Deze bijdrage werd in maart 2016 opgenomen in de papieren editie van De Nieuwe Koers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *