Voor jongeren is God een kosmische butler

Jongeren zijn zowel sensitiever, autonomer als mondiger geworden. En dat is lastig voor hun ouders, zeggen theoloog Corjan Matsinger en pedagoog Marian Timmermans van Young & Holy. “Jongeren verlangen naar volwassen rolmodellen voor wie het geloof écht vlees en bloed is.”

tekst Felix de Fijter beeld Jedi Noordegraaf

Onze kinderen groeien op als parels, prinsen en prinsessen, zeggen verschillende experts in De Nieuwe Koers. Hoe ziet dat eruit vanuit het perspectief van een jongerenwerker?
MATSINGER
: “Aan christelijke gezinnen gaat dit absoluut niet voorbij. Tieners krijgen het van alle kanten te horen: Je kunt het! Je bent uniek! Je bent een parel! Het is dan wel grappig om te zien hoe verbaasd ouders zijn als die jongeren vervolgens ook de autonomie pakken; niet meer mee willen naar de kerk, geen zin hebben om naar catechisatie te gaan en hun eigen spirituele plan trekken. Als je zo vaak hoort dat je gewild en bijzonder bent, dan is het toch niet zo gek als jongeren al gauw eigen keuzes gaan maken?”
TIMMERMANS: “Het cognitieve aspect speelt een veel minder grote rol in de manier waarop jongeren (spiritueel) volwassen worden. Veel vaker is beleving doorslaggevend in de keuzes die jongeren maken. “Een paar weken geleden had ik een gesprekje met wat jongeren over bijgeloof en hoe iedereen dat wel een beetje met zich meedraagt. Eén van de jongeren vertelde dat hij bij examens een steen meeneemt en die op z’n tafel legt als de toets begint. Het gaf ‘m rust: ‘Die steen ligt daar, en die blijft ook liggen als de toets voorbij is.’ En bijna alle andere jongeren hadden zoiets van: ‘Als het werkt, dan werkt het. En voelt het goed, dan moet je het doen.’ Er was niet één jongere die daar, vanuit een zekere basiskennis bijvoorbeeld, vraagtekens bij zou stellen. Of die de nuchterheid van geest had om te zeggen; die steen gaat je echt niet helpen de toets te halen. Als je goed geleerd hebt, zal het er wel uitkomen. En blijkbaar zat er ook geen normatieve lijn bij die jongeren, zodat ze zo’n ritueel vanwege bijgeloof of hekserij zouden afkeuren. Hun eigen beleving is het criterium geworden.”

We lezen niet meer de Bijbel van voor tot achter. Nee, moeder maakt een paashoekje in de woonkamer

Hoe kan het dat (Bijbel)kennis naar de achtergrond verschuift?
MATSINGER
: “Eén van de redenen is dat het steeds moeilijker wordt gezinsrituelen in stand te houden. Er is meer tijdsdruk, er moet van alles, zowel bij ouders als kinderen. En dus zijn er minder vanzelfsprekende momenten waarop je kennis doorgeeft. En die verschuiving van cognitie naar ervaring heeft natuurlijk ook op ouders invloed. Zij hebben die ervaring als het ware ‘herontdekt’. Je leest niet meer, zoals vroeger, de Bijbel van voor tot achter. Nee, moeder maakt een paashoekje in de woonkamer. Of ouders kiezen heel bewust een moment, al dan niet met behulp van een app, om ‘doelgericht’ Bijbel te lezen.”

Dit artikel verscheen in het februarinummer (2018) van De Nieuwe Koers en vormt mede de aanleiding voor het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

Is er in die verschuiving ook een theologische verandering waarneembaar?
MATSINGER: “Het aspect van Gods liefde heeft in veel mainstream kerken wel veel nadruk gekregen. In een jeugddienst probeer ik jongeren soms ook met een rauwer godsbeeld te confronteren. Dan laat ik eerst het Opwekkingslied Til mij ophoren: ‘Ik wil heel dicht bij U zijn, als een kind bij de vader op schoot.’ Zoeter kun je het niet maken. Maar dan volgt Johnny Cash: Sooner or later God’s gonna cut you down. Vroeg of laat pakt de Almachtige je bij je lurven. Dan zitten die jongeren een beetje te grinniken, maar je ziet dat het confronterend is.”
TIMMERMANS
: “Het geluid dat je een mooi mens bent, en dat God je liefheeft, is natuurlijk ook een goed geluid. Dat geeft jongeren zelfvertrouwen in een tijd waarin veel op hen afkomt. Maar ‘mooi’ is iets anders dan volmaakt. Je maakt fouten en daar zijn jongeren niet blind voor.”

Dus dat pamperen is een beetje hand in hand gegaan met de verschuiving van kennis naar ervaring en beleving. Wat voor invloed heeft dat op de vorming en ontwikkeling van de levensbeschouwing bij jongeren?
TIMMERMANS
: “Jongeren zijn over het algemeen sensitiever geworden. Dingen komen harder binnen; ze hebben een sterke emotionele antenne. En dat geldt onverminderd op spiritueel vlak. Tegelijkertijd zijn ze veel mondiger geworden. Ze hebben een mening en zijn niet bang om die te ventileren.”
MATSINGER: “En omdat ze zo mondig zijn, geven ze ook gerust aan ‘dat ze even buiten de deur willen kijken. Even kijken wat ik van yoga vind’.”

Hoe gaan ouders daarmee om?
TIMMERMANS
: “Dat vinden ze ingewikkeld. Ze willen hun kinderen de ruimte geven, juist ook omdat ze die ruimte zelf niet altijd ervaren hebben. Maar soms leidt het ook tot disharmonie; dan voel je die pamper ‘botsen’. Toch, uiteindelijk houd je de deur als ouders niet dicht. En met hun mondigheid zijn jongeren ook niet zomaar uit het veld geslagen. Ze komen met goede argumenten: yoga is prima met m’n geloof te combineren.”

Waar jongeren behoefte aan hebben, zeggen de twee, zijn rolmodellen “voor wie dat geloof écht vlees en bloed is.” Matsinger haalt de Amerikaanse hoogleraar Kerk, Jeugd en Cultuur Kenda Creasy Dean aan, “die zegt dat jongeren in Amerika God beschouwen als ‘de butler van het goddelijke’ of de ‘kosmische therapeut’ bij wie ze naar believen op de sofa mogen plaatsnemen. Wat ze daarmee wilde aankaarten is niet zozeer een cultuurprobleem, maar een volwassenenprobleem. Jongeren hebben volwassen rolmodellen nodig die intens met hun passie leven, die moeten laten zien dat de zaak van het geloof groter is dan zichzelf. 

Jongeren zien God als een kosmische butler die ze naar believen mogen wenken 

Waar kunnen ouders en andere opvoeders beginnen om het anders te doen?
MATSINGER: “Je wilt jongeren laten thuiskomen bij zichzelf. Ze de vraag laten stellen wie ze zijn, wie ze mogen zijn. En daarvoor, zegt ook godsdienstpedagoog Bert Roebben, moeten ze de confrontatie aan met het vreemde. Dat staat haaks op pamperen, maar het is wel heel vormend. Neem ze mee naar een begraafplaats, reis naar Taizé om in aanraking te komen met de stilte, of ga met World Servants naar Afrika, waar je ineens een kind met HIV/aids in je handen krijgt gedrukt. Of ga eens op bezoek bij een vluchteling.”

Corjan Matsinger en Marian Timmermans hebben samen zo’n 25 jaar ervaring in het jongerenwerk. Die ervaring bundelen ze in Young & Holy, een organisatie die trends in de jongerenwereld op de voet volgt enallerlei workshops, programma’s, trainingen en materialen ontwikkelt om bij jongeren ‘het verlangen om God te leren kennen aante wakkeren.

Dit artikel verscheen in het februarinummer (2018) van De Nieuwe Koers en vormt mede de aanleiding voor het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *