‘We pamperen onze kinderen als prinsesjes in IKEA-ballenbakken’

Het leven van tieners vandaag moet vooral leuk, pijnloos en zonder teleurstelling verlopen. In hoeverre contrasteert de christelijke opvoeding vandaag eigenlijk met dat dominerende ideaalbeeld van een succesvol leven? Filosoof Ewald Mackay en directeur Els van Dijk van de Evangelische Hogeschool signaleren pedagogische onmacht.

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Jedi Noordegraaf

Wie een beetje zijn kranten heeft gelezen, zag de afgelopen tijd geregeld een kolommetje over het veranderende opvoedpatroon van Nederlandse ouders passeren. Terugkerend beeld: Opvoeders behandelen hun kinderen vandaag als prinsjes en prinsesjes, die ze koninklijk voortrijden door een leven dat leuk en succesvol moet zijn. Obstakels als pijn en teleurstelling weten de overbezorgde ouders zorgvuldig te mijden; het ritje moet smooth en zonder al te veel hobbels verlopen. Daar worden hun unieke en bijzondere kinderen op de achterbank alleen maar onrustig van.

Het was psycholoog Jan Derksen die in de Zembla-documentaire Ouders van Tegenwoordig enkele jaren geleden het begrip ‘achterbankgeneratie’ muntte. Letterlijk en figuurlijk zijn ouders de chauffeurs van hun kroost geworden, constateerde hij.

Zo’n opstelling kiezen is vragen om problemen, weet auteur Jelle Jolles van Het tienerbrein te vertellen. In NRC zei hij eind vorig jaar: “Als een ouder de problemen oplost, kan de jongere de situatie niet zelf aanpassen, en die oplossingen niet in de hersenen opslaan. En die zich op een later moment dus ook niet herinneren.” Daarom is het volgens Jolles zo belangrijk dat kinderen de gelegenheid krijgen om een blauwtje te lopen, een beetje verdriet te hebben, een beetje pijn te hebben, een beetje eenzaam te zijn. „Ook negatieve ervaringen zorgen voor zelfinzicht, voor zelfregulatie en voor empathie met anderen. Het helpt ze om stevige volwassenen te worden.”

Dit artikel verscheen in het februarinummer (2018) van De Nieuwe Koers en vormt de aanleiding voor het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

In hetzelfde artikel voert NRC een zekere Bent Hougaard op. Deze Deense psycholoog had de term ‘curlingouders’ bedacht: zoals sporters tijdens een potje curling met bezems de baan schoonvegen, zo houden ouders vandaag het levenspad van hun kind vrij van tegenslag. Even verderop in het verhaal maakt de krant melding van socioloog Herman Vuijsje en journalist Anneke Groen, die in hun boek Eindeloos ouderschap opmerken dat ouders niet eerder “zo bezorgd waren om en toegewijd aan hun kinderen.” “Ouders zijn assertiever, geloven in maakbaarheid (…) en voelen zich verantwoordelijker voor hun geluk.”

Hoewel succes en geluk in de opvoeding van tieners vandaag de maat slaan, belandt een toenemend aantal jongeren dat de adolescente fase is ontgroeid bij de psycholoog. Ze raken burn-out, zijn depressief, eenzaam of gewoon algeheel ongelukkig. En, tegenvallertje: ze blijken helemaal niet zo uniek en bijzonder als hun ouders ze altijd hadden voorgehouden. Dat hakt erin: studies vallen tegen, relaties lopen op de klippen, allerlei vormen van onzekerheid spelen op. De jongvolwassenen hebben onvoldoende ruggengraat ontwikkeld om zich staande te houden in de ‘echte wereld’.

IKEA-ballenbakken
Er is de afgelopen decennia kortom het nodige veranderd op de pedagogische kalender van onze opvoeders. Wat betekent die verschuiving in opvoedstijl eigenlijk voor de ontwikkeling en vorming van geloofsovertuiging en zingeving bij tieners in het christelijk smaldeel? Historicus en filosoof Ewald Mackay is als docent verbonden aan de pabo van Driestar hogeschool in Gouda en publiceerde verschillende boeken op het vlak van geloof, wetenschap, onderwijs en cultuur. Vanuit meerdere hoeken is hij nauw betrokken op het reilen en zeilen van christelijk-opvoedkundig Nederland. Van de geschetste ontwikkelingen kijkt hij dan ook niet op. Hij ziet inderdaad kinderen gepamperd worden “als prinsjes en prinsesjes in IKEA-ballenbakken.” “We hebben te maken met een infantocratie: het kind staat centraal en de ouders voegen zich naar hem. Er is geen enkele cultuur geweest die dit ooit heeft gedaan.”

Die softe benadering van het kind heeft volgens hem tot gevolg dat kinderen volledig hun gang gaan en vaak nauwelijks meer te hanteren zijn in de klas. Bij zijn studenten aan de pabo en de lerarenopleiding ziet hij in sterk toenemende mate stress en zelfs burn-out vanwege zeer grote gedragsproblemen in de klas. “Als we niet stoppen met de infantocratie, gaan we de beschavingsloosheid tegemoet. Ik zou tegenover dit alles willen stellen een opvoeding van liefdevolle gestrengheid. Wijd het kind in in de grote wereld en in de echte wereld, op een robuuste maar tegelijk tedere manier.”

We hebben te maken met een infantocratie: het kind staat centraal en de ouders voegen zich naar hem

EWALD MACKAY

Ook directeur Els van Dijk van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort schrikt niet van het beeld dat media over de pedagogische tendensen schetsen. Ze is danig op de hoogte van ontwikkelingen op het vlak van vorming, identiteit en zingeving bij tieners. Al bijna dertig jaar trekt ze met jongeren op, en daarnaast houdt ze haar vakliteratuur goed bij. En die infantocratie waar Mackay het over heeft, die herkent ze wel. “Ouders doen erg hun best voor kinderen; ze mogen geen pijn en teleurstelling ervaren. Psycholoog Jan Derksen noteert zelfs ergens dat hij ouders had meegemaakt die het eerste seksuele contact van hun kinderen organiseerden, want dat mocht niet op een teleurstelling uitlopen.”

Veeleisende ouders
De vaders en moeders van tegenwoordig zijn ook veeleisend geworden, merkt Van Dijk. Ze hoorde in een reportage kortgeleden een voetbaltrainer zeggen dat hij wilde stoppen met het begeleiden van de jeugd, want hij werd gek van de ouders. De beste trainer was niet goed genoeg.

Die prestatiecultuur dringt ook door in schoolgebouwen, weet Van Dijk. “Kinderen moeten zo goed mogelijk presteren, scholen moeten de beste leerkrachten aantrekken, er moet huiswerkbegeleiding zijn en ruimte voor extra lessen.”

Kinderen gaan stuk aan de hoge standaarden van de prestatiemaatschappij, christelijke kinderen niet minder. Van Dijk voert aan het begin van een cursusjaar met alle studenten, afkomstig uit breed-christelijk Nederland, een gesprekje. Wat veel tieners haar toevertrouwen: ze zien hun leven als een grote wedstrijd. Ze moeten de beste zijn, presteren en scoren. “Ze hebben geen idee hoe ze uit die wedstrijd kunnen stappen. Sluipenderwijs gaan ze eraan onderdoor.”

Door die “afzeikcultuur” raken veel jonge mensen beschadigd, ziet Van Dijk. “Ze durven niet meer echt, puur, oorspronkelijk en vrij te zijn. Volgepompt met idealen van schoonheid en populariteit zien ze zichzelf in de spiegel falen.”

Veel tieners durven niet meer echt, puur, oorspronkelijk en vrij te zijn

ELS VAN DIJK

Terwijl ouders hun kind graag beschermen voor de schaduwen die het leven kan werpen, worden hun eigen pogingen daartoe getekend door pedagogische onmacht. Van Dijk: “Ze hebben vaak geen idee hoe ze moeten opvoeden. Wil hun kind geen fruit, dan krijgt hij toch een lekkere smoothie? Ik kan tientallen voorbeelden geven. Zo las ik vorige week nog een onderzoek waaruit bleek dat het aantal tieners met een eigen YouTube-kanaal hard groeit. Er kwam een jochie van elf jaar in voor met een eigen kanaal en meer dan 200.000 abonnees. Voor vriendjes had hij geen tijd. En zijn ouders? Dat waren zijn managers. Ze zeiden niet: doe normaal, ga wat leuks doen, maar ze zorgden ervoor dat het geld op de juiste plek kwam en de reclames goed gemanaged werden. Tja, dat soort kinderen socialiseert natuurlijk op geen enkele manier. Wat ik opvallend vind: de grote techreuzen uit Silicon Valley geven hun kinderen pas een smartphone als ze veertien zijn en ze sturen hen naar internetvrije scholen. Ze weten te goed wat de digitale wereld met ons doet: die maakt van samenwerkende vlees en bloed-mensen egoïstische en teruggetrokken eenlingen.”

Door alles wat Van Dijk leest en hoor en ziet en opmerkt, vraagt ze zich met filosofe Hannah Arendt steeds vaker af: is het eigenlijke kwaad niet dit dat we geen vragen meer stellen bij alles wat niet meer gewoon is? “Veel maatschappelijke tendensen lijken we als christelijke opvoeders kritiekloos te omarmen. Moeten we ons niet vaker namens onze kinderen afvragen: Is dit goed voor ons? Zijn we nog wel een contrasterende gemeenschap?”

De grote techreuzen uit Silicon Valley geven hun kinderen pas een smartphone als ze veertien zijn; dat vind ik opvallend

ELS VAN DIJK

Mackay stelt diezelfde vraag, maar dan op een andere manier. Bijvoorbeeld als het gaat om de manier waarop ouders hun kinderen pamperen. Contrasteert de christelijke pedagogiek op dat vlak met de niet-christelijke? De historicus en filosoof ziet de algemene opvoedtendensen via allerlei routes resoneren in het christelijk smaldeel, bijvoorbeeld in de kerk. Struikelblokken qua leer, godsbeeld en liturgie worden steeds vaker weggenomen, zodat het geloofsleven voor jongeren er wat makkelijker en aantrekkelijker op wordt. “Ik spreek dan over de gematigde kerken en de Gereformeerde Bond. Alles moet in de kerk begrijpelijk, simpel en eenvoudig zijn. We hebben kinder- en jeugddiensten, kindernevendiensten en ook nog steeds meer gewone diensten waarin de dominee voortdurend in Jip- en Janneketaal moet uitleggen wat een dominee is, wat de zegen is en wat hij allemaal doet. Er mogen geen moeilijke woorden in de psalmen staan, want dan haken de kinderen af. Op catechisatie worden vaak methodes gebruikt die van oneliners, gekleurde blokken met minimale informatie en opgeleukte teksten gebruik maken, want de jongeren zouden het eens niet begrijpen. Binnen het jeugdwerk moet alles snel en leuk zijn, een vereniging mag niet meer Tryphosa heten maar het moet Heartbeat zijn.”

Als het aan Van Dijk ligt, mag het in de kerk wel weer meer schuren. “Je hoeft niet alles te begrijpen wat er gebeurt. We moeten tieners zien mee te krijgen in het grote verhaal, en dat hoeft niet door op je knieën naar hen toe te kruipen. Ook in de kerk is er behoefte aan rijpe opvoeders die een verlangen voeden naar een ander leven, naar een rechtvaardige en vredige wereld. Dat moet voorgeleefd worden. Als ik de jongeren vandaag goed beluister, zijn die voorbeelden schaars.”

Omhoogheffen
De infantilisering van de kerk mag wat Mackay betreft vandaag nog stoppen. Dat toebuigen naar kinderen heeft zo zijn grenzen, vindt hij. “Wij zijn geroepen hen in te wijden in de geloofswereld op een heilige, waardige en diepe manier. Natuurlijk moeten we hen volstrekt serieus nemen en ook proberen verstaanbaar te zijn. We moeten niet alleen maar diep neerbuigen naar de kinderen, maar we moeten hen terwijl we wat neerbuigen, omhoogheffen, de berg op. Een kind kan de heiligheid van de woorden en de dingen aanvoelen zonder uitleg. Veel meer dan aan Jip- en Janneketaal en beamers hebben ze behoefte aan oorspronkelijk denkende, sterke en tedere volwassenen die de kinderen inwijden in het gevecht van alle generaties.”

Dit artikel verscheen in het februarinummer (2018) van De Nieuwe Koers en vormt de aanleiding voor het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

Van Dijk betwijfelt of er van dat soort volwassenen voldoende voorhanden zijn. “Ook veel christelijke ouders jagen hijgend achter hun agenda aan. Waarom lukt het ons niet prototypes van Jezus te zijn? Om verlangen op te wekken? Zijn we misschien zelf ook besmet met het virus van ‘alles moet leuk en fijn zijn’? Hoe kunnen we jongeren voorleven dat we op aarde zijn voor meer dan ons eigen gevoel en welbevinden? Dat vind ik urgente vragen.”

Doordat tieners niet erg onder de indruk zijn van de pedagogische kwaliteiten van hun ouders, hebben ze zelf ook veel minder zin in volwassenheid, constateert Van Dijk. “Veel tieners zien enorm op tegen het dragen van verantwoordelijkheid. Dat staat zo haaks op mijn beleving; ik vond het geweldig dat ik op een gegeven moment mijn eigen route kon gaan uitstippelen. Volgens de Amerikaanse filosofe Susan Neiman komt dat onder meer doordat jongeren vandaag een heel verkeerd signaal meekrijgen: de jeugd zou de leukste tijd van je leven zijn, dus die periode moet zo lang mogelijk duren. Daarna is het kommer en kwel met de dood als diepte- en eindpunt.”

Jongeren hebben behoefte aan oorspronkelijk denkende, sterke en tedere volwassenen die de kinderen inwijden in het gevecht van alle generaties

EWALD MACKAY

Even terug naar de achterbankmetaforen. Analoog aan het prinsjes-en-prinsesjesverhaal heeft de christelijke traditie ook een eigen cultuur geschapen waarin de kinderen het middelpunt van het universum vormen, constateert Mackay. Ze zijn pareltjes, en niet alleen dat, ook nog eens in Gods hand. Mackay is er helemaal niet op tegen dat ouders hun kinderen een positief godsbeeld meegeven, zegt hij. “Maar dat moet er niet in ontaarden dat we onze kinderen gaan zien als pareltjes of prinsen in religieuze zin. Voor je het weet wordt je godsbeeld dan ook dat van de eindeloos permissieve vader van de huidige tijd. Onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren en in hen, net als in ons, openbaart zich al jong het kwaad. In de kerk mag dat best vaker gezegd worden. Het is goed om dat kwaad tegen te gaan, ook als het zich aandient in de vorm van brutaliteit of gebrek aan besef van heiligheid.”

Diepe buiging
Dat christelijke opvoeders niet terugdeinzen voor een diepe pedagogische buiging naar hun kinderen, kan niet zonder gevolgen blijven voor de godsdienstige volwassenwording van de tieners vandaag. Volgens Mackay ligt het voor de hand dat jongeren daardoor “in geestelijke zin langer infantiel blijven.” Die kindsheid uit zich bijvoorbeeld in een consumerende houding binnen de kerk. Geen zin in die oude dominee? Dan gaan we toch lekker naar de jeugddienst bij de buren? “Ik vind de trouw van de oudere generatie vaak heel ontroerend.”

Het gemeenschapsgevoel sijpelt weg, merkt ook Van Dijk. Waar jongeren dertig jaar geleden zaterdagsavonds met elkaar rond de sjoelbak zaten, hangen ze nu allemaal op hun eigen kamertje achter hun scherm. Dat individualisme vertaalt zich in de religieuze gemeenschap inderdaad in shopgedrag, zegt de EH-directeur. “Ze vragen zich niet meer af hoe ze van betekenis kunnen zijn voor de gemeenschap. What’s in it for me? is de leidende vraag.”

In de geloofsopvoeding van tieners moet de notie van gemeenschappelijkheid dringend onderwezen worden, vindt Van Dijk. Maar, veel breder nog, zegt ze: zet zingeving maar weer op de agenda. “Onze maatschappij zegt tegen de tieners: schrijf je eigen verhaal. Maar dat vinden ze doodeng. Want ze moeten het zelf doen. En, als dat verhaal mislukt, is hun leven mislukt. Ze raken gestrest, voelen zich eenzaam en waardeloos. Het evangelie spoort niet aan tot een succesvol leven, maar tot een vruchtbaar en waardevol leven. Daarin moeten volwassenen hen voorleven, meer dan nu gebeurt.”

Dit artikel verscheen in het februarinummer (2018) van De Nieuwe Koers en vormt de aanleiding voor het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

One thought on “‘We pamperen onze kinderen als prinsesjes in IKEA-ballenbakken’

  1. “Ik heb een vriend genaamd Josh die trouw bidt voor zijn driejarige zoontje. Hij bidt vaak dat zijn zoon een sterke en moedige man mag worden en hij vraagt God om hem een rol in Gods Koninkrijk te geven. Op een avond, terwijl hij zijn zoon vasthad en hierom bad, voelde hij dat God tegen hem zei: ‘Als je dit echt wilt, dan zal Ik hem wel pijn moeten doen.’ Dat zijn niet de woorden die je verwacht van God, dus de instinctieve reactive van Josh was om zijn zoontje dichter tegen zich aan te trekken alsof hij nee wilde zeggen. Op het moment dat hij dat deed, voelde hij God zeggen: ‘Probeer je hem te beschermen tegen Mij?’
    God is onze beschermer én de perfecte ouder: Hij is immers bereid lijden toe te laten waar dat nodig is, terwijl wij dat als ouders vaak niet kunnen. Dit verhaal is een voorbeeld van ‘uit de comfort zone stappen’, één van de pijlers van de opvoeding die kinderen wil leren op God te vertrouwen, zodat Hij als een pottenbakker onze kinderen en ons zelf wil kneden. “Ook als het soms wel eens pijn doet.”
    Naar ‘Hemelse Huizen – Oefenplaatsen voor een levend geloof’ door Michelle Anthony

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *