Hij spreekt met de groten der aarde, maar blijft altijd verbonden met de minst machtigen. Tony Campolo was dit voorjaar in Nederland en De Nieuwe Koers ging een dag met hem op stap.

tekst Karel Smouter beeld Hour of Power

Tony Campolo was altijd een beetje, zo dacht ik tenminste, ‘mijn held’. Toen ik hem hoorde donderpreken op een conferentie, zo’n tien jaar geleden in Londen, was ik direct verkocht. Deze innemende Italiaanse Amerikaan met zijn zangerig knauwende Philadelphia-accent en zijn dwarse opvattingen over ongeveer alles onder de zon, heeft mij onmiskenbaar geholpen mijn persoonlijke geloof te verbinden aan de tijd waarin ik geplaatst ben. Bovenal heeft hij laten zien dat niemand Jezus voor welk politiek karretje dan ook kan spannen.

“Sociologen vinden mijn verhalen te theologisch en theologen vinden het theologisch gehalte juist weer te laag”

Campolo is namelijk typisch zo iemand die van iedereen en niemand tegelijk is. Voor een groep christenactivisten spreekt hij over het belang van ‘persoonlijke intimiteit met God’, maar de gemiddelde christen uit suburbaan Amerika houdt hij weer een andere spiegel voor: hoe houdt jouw consumptieverslaving onrecht elders in stand? Als het op oorlog en economie aankomt, bevindt hij zich zonder twijfel in het meest linker kamp van de democratische partij. Maar zodra je hem helemaal in die hoek denkt te kunnen plaatsen, verzet hij zich weer tegen de ‘heilige huisjes’ van die kringen, zoals legale abortus en euthanasie. Toen Bill Clinton voor het oog van de natie zijn Lewinsky-affaire moest opbiechten en zich het oordeel van christelijk Amerika op de hals haalde, bleef Campolo trouw en solidair naast hem staan. Toen hij duidelijk wilde maken hoe vol de Bijbel eigenlijk staat met verwijzingen naar gerechtigheid, besloot hij Amerika demonstratief ‘de westerse Bijbel’ te tonen. Een vodje waaruit hele hoofdstukken waren gescheurd. En toen zijn land nog in shock was van de aanslagen op 11 september, presteerde hij het om op Wheaton College, ‘die kathedraal van de fundamentalisten’, te stellen dat de Amerikaanse regering en haar bruuske reactie op terreur een groter gevaar vormde voor de wereldvrede dan Osama bin Laden. Op zijn website wordt hij dan ook de ‘positieve profeet’ van de Red Letter Christian Movement (zie kader) genoemd.

Een profeet van 78 jaar die met zijn vrouw Peggy de wereld over reist en nog altijd zo’n driehonderd publieke optredens per jaar afwerkt. We treffen elkaar op een ochtend van dit voorjaar, in de lobby van een van ’s lands meest luxueuze hotels. Niet de natuurlijke habitat van het echtpaar, “maar we slapen overal waar onze gastheren ons brengen, hoor”, knipoogt Peggy. Ze begint direct lyrisch over de Europese versnaperingen die ze die ochtend op de ontbijttafel aantrof. “Het blijft zo leuk om nieuw voedsel te ontdekken!”, roept ze uit. Tony zelf excuseert zich. “Het spijt me, ik spreek vanmorgen wellicht niet zo helder als normaal.” Zijn zwager is die nacht overleden en ze hebben de halve nacht met familie in de Verenigde Staten gebeld. Ja, zo vitaal en krachtig als Campolo oogt wanneer hij een zaal toespreekt, zo fragiel is het lichaam waarin zijn geest huist. “We komen in de leeftijd dat de ene na de andere generatiegenoot ons ontvalt. Voor ons kan het morgen ook klaar zijn”, verklaart Peggy. Meestal volgt na zo’n zin de opmerking dat we ‘dus van onze welverdiende rust gaan genieten’. Maar van rust willen de Campolo’s niet weten. “Juist daarom werken we dubbel zo hard door. Hierna volgt onze langste tournee tot nu toe: zes weken Australië.” Eenmaal in de auto, op weg naar een spreekbeurt voor Nederlandse dominees en voorgangers, blijkt het familieleed niet het enige te zijn wat de twee uit de slaap hield. “We hebben een dochter in Boston, dus we volgen het nieuws rond de bommen bij de marathon aldaar op de voet. Maar zag je het ook? Het nieuwsbericht over de bomaanslag in Boston stond direct boven een bericht over een bomaanslag in Irak, waarbij 45 doden vielen. We worden nu op eigen grondgebied geconfronteerd met iets wat elders ter wereld dagelijkse kost is.” Het tekent het reizende echtpaar: skypend verbonden met hun vrienden en familie, verspreid over de hele globe, analyseren ze constant de tijd waarin ze leven. Daarbij zoeken ze naar Gods wijsheid in alle kwesties die zich aandienen. Vaak in gesprek met de groten der aarde (“Ik sprak vorige week Jimmy Carter hierover”, merkt Tony terloops op), maar altijd verbonden met de minst machtigen op aarde.

Campolo is socioloog en doceerde onder meer aan een prestigieuze ‘Ivy League’-universiteit. “Maar sociologen vinden mijn verhalen te theologisch en theologen vinden het theologisch gehalte juist weer te laag”, vertelt hij met gevoel voor zelfspot. Hij is daarom vaker actief als spreker dan als docent. In zijn thuisgemeente (Mount Carmel Baptist Church te Philadelphia) verzorgt hij slechts met Pasen nog diensten. Intussen bestiert hij op afstand de EAPE (The Evangelical Association for the Promotion of Education), een klein imperium van verschillende bedieningen. Campolo: “We hebben zo’n achttien verschillende takken aan onze boom. Van onderwijs voor kinderen in achterstandswijken tot hulpprojecten in Haïti. Zo voorkomen we dat we een grote organisatie worden, die meer met zichzelf bezig is dan met de reden van haar oprichting. Iedere bediening zamelt zo’n miljoen dollar per jaar in. Als ze tekortkomen, kunnen ze geld aanvragen bij de moederstichting. “Die voeden we vanuit de inkomsten van mijn spreekbeurten. Nog altijd zo’n miljoen dollar per jaar.” Met zijn stichtingen levert Campolo de boter bij de vis, oftewel de daden die bij de woorden horen die hij verdeeld heeft over tientallen boeken en duizenden spreekbeurten. De stichtingen leveren hem een schat aan verhalen op, die de basis van zijn boeken en spreekbeurten vormt.

Op een klein uur rijden van het hotel wacht hem een groep op van zo’n vijftig Nederlandse voorgangers en predikanten. Voor het begint, duiken we nog even een McDonald’s in. “Ze zeggen dat het niet zo gezond is, hè? Maar ja, wie onderweg is, moet wat…” Ze eten er vooral om te voorkomen dat ze te vroeg op de afgesproken plek arriveren. “Ik houd echt van de mensheid, maar absoluut niet van groepen. Al die mensen die wat van je willen, ik blijf daar het liefst zo veel mogelijk weg.” “Tony is een introvert die nog in de kast zit!”, klinkt het olijk uit de mond van Peggy, voor in de auto. Wie hem weleens heeft horen spreken – levendig, krachtig en luid – kan zich dat maar moeilijk voorstellen. “Ja, het is zo”, sneert Tony terug. “Zodra iemand me aanspreekt over welk onderwerp dan ook, zeg ik: ‘Oh, maar daar heeft Peggy heel interessante gedachten over’, en wijs ik ze vrolijk door.”

Het verhaal waar hij vandaag de zaal mee inpakt, gaat over een grote multinational die bij hem aanklopte voor advies over hun bedrijfsvoering. Hij liet zijn studenten een stuk schrijven waarin ze de waarden van Gods Koninkrijk op dit bedrijf mochten toepassen. “We stuurden het resultaat op en dachten: daar horen we nooit meer wat van. Tot de CEO mij op een goede dag belde en aankondigde dat ze hun nieuwe strategie wilden presenteren. Ze gingen hun hele bedrijfsvoering ‘rechtvaardig’ maken, zo kondigde ze aan. Het ging niet meer om winst, maar om het vergroten van Gods Koninkrijk. Voor vijf jaar, en als dat niet werkte, dan zouden ze weer terugschakelen. Maar na een paar jaar wilden ze niet meer anders.”Hij vervolgt met een ander verhaal. “Toen Bill Clinton mij belde over hoe hij naar buiten moest treden met zijn verhaal over Lewinsky, adviseerde ik hem slechts drie woorden te gebruiken: ‘I have sinned’. Hij kreeg het niet over zijn lippen, waardoor niemand echt in zijn excuses geloofde. Twee weken later belde hij me op en liet me van Iowa invliegen om aanwezig te zijn bij een bijeenkomst met religieuze leiders. Ik zat op de eerste rij en knipoogde naar hem: ‘Je weet wat je zeggen moet’. Pas toen kreeg hij het over zijn lippen en zag je zelfs de meest opstandige leiders begrip krijgen. Want zondigen, dat hebben ze allemaal weleens gedaan, hè?” Vervolgens schakelt hij moeiteloos over op een onvervalste lofrede op het werk van Compassion, de club die hem vandaag heeft uitgenodigd. “Er zijn miljarden in Haïti gestoken door duizenden hulporganisaties. Maar het is nog altijd niet goed daar. Wat gaat er mis?” Hij kan zich nauwelijks beheersen als hij opgewonden vervolgt: “Wat denk je zelf dat het met een land doet als duizenden Amerikanen er gratis, met vrijwilligers, scholen gaan bouwen? Dan verdient niemand er natuurlijk wat aan! Nee, het enige dat werkt, is investeren in kinderen. Alleen via kinderen verandert een land.”

Wat deze anekdotes en opmerkingen aan elkaar verbindt? Dat is de kern van elke boodschap die hij waar dan ook laat klinken. Efeziërs 6:12: ‘Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.’ Hoe letterlijk moeten we het werk van die ‘machten’ zien? “Zo letterlijk als maar kan, eigenlijk. Waar mensen macht uitoefenen, probeert de duivel zijn werk te doen. Christenen in mijn land worden altijd boos als ik het zeg, maar het Witte Huis is een haunted house, dat is zo klaar als een klontje. Verschillende presidenten vertelden me dat ze naar Camp David of een ander oord vertrekken als ze voor moeilijke beslissingen staan. We bidden als christenen voor bevrijding van allerlei vormen van bezetenheid, maar vergeten dat de grootste dreiging juist ligt aan de top van bedrijven, overheden en instellingen als de IMF en de Wereldbank. En ja, geef die ‘machten’ eens ongelijk: als je de gang van de geschiedenis wilt beïnvloeden, kun je beter bij machthebbers aankloppen dan bij ene Tony Campolo. Neem George W. Bush: je kunt moeilijk een voorbeeldiger christen en vader aantreffen. Hij is bevrijd van zijn verslaving aan drank en drugs en kwam tot een echt persoonlijk geloof. Toch was het juist deze man die – ingefluisterd door allerlei slechte raadgevers – twee geld- en levensverslindende oorlogen is begonnen. Of neem Obama: toen we hem kozen, leek hij een spiritueel leider, maar al na een paar weken in het Witte Huis was het een machthebber als alle anderen. Hopelijk krijgen we de komende jaren iets van de oude Obama terug.”

In de beleving van Campolo is de kerk een creatieve tegenbeweging die zich niet afzet tegen deze machten, maar er iets voor in de plaats probeert te stellen door gebed en actie. Die zich tot doel stelt om ‘veranderd door Jezus de wereld te veranderen’. Op die manier zijn lokale kerken de hoop van de wereld, zo stelt hij. Hij merkt dat een nieuwe generatie, met leiders als zijn pupil Shane Claiborne, het stokje aan het overnemen is. “Ze zijn veel minder vatbaar voor dit soort grote verhalen over de macht van instituties, valt me op. En misschien hebben ze wel gelijk. Mijn generatie heeft geprobeerd de wereld te veranderen via de instituties. En ja, zo veel is er nu ook weer niet veranderd… Claibornes generatie wil veel meer het verschil maken op het kleine, lokale niveau. Dat zien ze echt beter dan wij, met onze grote bespiegelingen. Als ik met Claiborne ergens kom spreken, dan komt tachtig procent inmiddels voor hem. Dan weet je wel hoe laat het is”, lacht hij. “Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden.”

Voor iemand die zo veel stelligheden te berde brengt, blijkt Campolo opvallend vaak te twijfelen. Terwijl hij door ons kleine land reist, voelt hij de druk van zijn studenten en medewerkers ‘thuis’ om positie te kiezen in het verhitte debat over het homohuwelijk dat in zijn thuisland woedt. Het echtpaar Campolo blijkt hierover al jaren in een dispuut verwikkeld. Nu Oasisleider en Campoloprotegé Steve Chalke ‘uit de kast’ is gekomen als evangelisch voorvechter van ingezegende homorelaties, wordt gevraagd om duidelijkheid uit het Campolokamp. Tony’s positie is kortweg deze: homoseksualiteit is een zonde, maar de homoseksuele gerichtheid is dat niet. Daarom pleit hij voor een burgerlijk verbond voor mensen van gelijk geslacht die met elkaar willen samenleven. Het openstellen van het huwelijk is hem een brug te ver. Peggy denkt daar anders over en zet zich actief in voor de positie van homo’s, lesbiennes en transseksuelen in de kerk. Voor haar wegen de bijbelse waarden van liefde, verbond en trouw zo zwaar dat ze die aan allen gunt. “Ik heb te veel van deze mooie scheppingen van God zien zuchten en lijden onder het oordeel dat hun uit kerken tegemoetkomt.” Het is voer voor menig gesprek in huize Campolo. Tony: “Uiteindelijk telt de vraag: kun je jouw standpunten uitleggen als je straks voor Jezus Christus staat?” Waarop Peggy antwoordt: “Misschien moet ik dan wel zeggen dat ik zijn woorden van liefde en compassie iets te ver heb doorgevoerd, ja…” De twee lachen en kijken elkaar veelbetekenend aan. Ze gunnen elkaar op dit punt een verschil van inzicht. Maar het lijkt haast of de twee meningen samen hun gezamenlijke standpunt vormen: principieel, maar tegelijk ruimhartig.

Terwijl de Campolo’s direct na hun toespraak een andere auto in worden geleid, op weg naar weer een volgende afspraak, nemen we afscheid. Zo zit het dagje op stap met ‘mijn’ held er alweer op. Van een vervolg komt het niet, want de agenda zit overvol. Van een studentenhuis tot de besturen van christelijke organisaties. Van de EO tot ‘Hour of Power’. Hij blijkt niet alleen mijn held, maar die van velen. Gelukkig wel, denk ik er maar bij.

Red Letter Christians

Je zult ‘m vast weleens gezien hebben: een bijbel waarin alle woorden van Jezus rood gemaakt zijn. Deze rodelettereditie is vooral in het Engelse taalgebied populair, maar kent ook lezers onder Nederlandse christenen. Toen Tony Campolo en Shane Claiborne vorig jaar probeerden samen te vatten welke beweging ze onder christenen wereldwijd tegenkwamen, kwamen ze hierbij uit: “We merkten dat christenen overal waar we kwamen dezelfde vraag begonnen te stellen: ‘Wat als Jezus alles wat Hij zei ook echt zo bedoeld heeft?’ We noemden hen de ‘Red Letter Christians’.”

De twee schreven een manifest en een boek waarin ze de vraag van deze christenen uitwerken. ‘We verzetten ons zo tegen een christendom dat geloof reduceert tot een makkelijke manier om een ticket voor het hiernamaals te scoren. Of een christendom dat de hel om ons heen voor lief neemt. We geloven dat

God van ons vraagt om vandaag, in het hier en nu, aan zijn Koninkrijk te werken.’

In manifest, boek en filmpjes proberen ze de criticasters van hun project vast de wind uit de zeilen te nemen. ‘Dat we Jezus centraal stellen in ons verhaal, betekent niet dat de Bijbel verder van weinig waarde is. Nee, het is eerder andersom: Jezus is het centrale punt van de hele bijbelse geschiedenis. Door de Bijbel te lezen met Jezus als lens, krijgt ook de rest van Gods Woord extra betekenis.’

www.redletterchristians.org

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *