Decennialang zat Bob Goudzwaard in de haard van het economisch leven. Zijn bewogenheid met de minder bedeelden in de wereld, maakte hem tot architect van de ‘Economie van het genoeg’. Dit voorjaar werd hij tachtig, maar zijn milde vastberadenheid is gebleven.

tekst Arie Kok beeld Sjaak Verboom

De bevlogen docent is in Bob Goudzwaard nooit ver weg. Met zichtbaar genoegen legt hij je uit hoe de wereld in elkaar zit. Sinds de zeventiger jaren was hij soms een roepende in de woestijn met zijn door het geloof geïnspireerde nieuwe visie op economie. In invloedrijke boeken als Kapitalisme en vooruitgang en Genoeg van teveel, genoeg van te weinig werkte hij zijn ideeën uit. Hij was een van de achttien die het CDA oprichtten en schreef in 1976 het verkiezingsprogramma Niet bij brood alleen. Maar omdat hij niet kon meegaan met een mogelijk offensief gebruik van kernwapens door de NAVO, stapte hij er begin jaren tachtig uit.

“De wereld is niet ontworpen om ten onder te gaan”

Hij mag dan op leeftijd zijn, in zijn zwakker wordende lichaam huist nog steeds een vitale en onafhankelijke geest. En een gefundeerde hoop voor de toekomst. “Geestelijk ouder worden vind ik vreemd, daar heb ik geen affiniteit mee. Ik hoop dat ik wat wijzer word, maar ook dat is geen vast gegeven natuurlijk. Nee, ik heb geen last van ouder worden. Er zit ook iets van voltooiing in. Dat had ik ook toen ik afscheid nam als hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Het zijn de rites des passage, de riten van het passeren van een stadium in je leven.”

Zijn sobere woning in Driebergen is zijn vakantiehuis geworden. Vijf jaar geleden overleed Goudzwaards vrouw, en twee jaar later hertrouwde hij met hoogleraar filosofie Elaine Botha. Ze kennen elkaar al sinds Goudzwaard naar Zuid-Afrika kwam om het verzet tegen de apartheid te steunen. “Ze heet gelukkig nog steeds Botha, dat is haar goed recht! Elaine heeft de ziekte van Parkinson onder de leden en dat vraagt aanpassingen in de woonsituatie. Dat was in Zuid-Afrika beter te realiseren. Ik ben alleen in de zomermaanden af en toe in Nederland, omdat ik het Nederlanderschap graag wil behouden.”

Schok in de wijk

Goudzwaard ziet wel verschillen tussen Zuid-Afrika en Nederland als het gaat om ouder worden. “Als je gehandicapt bent, zoals mijn vrouw, dan wordt daar de hulp je spontaan aangeboden. Dan komt er zo’n klein zwart jongetje op je af en die roept: ‘Hallo opa en oma, mag ik helpen oversteken?’ Dat is wel een grote verandering na de apartheid. In Nederland is hulp meer georganiseerd. Het is de vraag of hier het spontane in de hulp aan ouderen en gehandicapten terugkomt. Als je eenmaal de weg van de professionalisering bent ingeslagen, is de weg terug niet eenvoudig. De politiek rekent daar wel op. We kunnen moeilijk spontaan onze verantwoordelijkheid nemen, omdat we nu eerst moeten uitvinden wat onze verantwoordelijkheid ook alweer is. Ik denk dat veel oudere mensen onder eenzaamheid te lijden hebben en dat de buurt daar niet altijd attent op is. Een jaar of vier geleden heeft hier in de straat iemand twee weken op de grond gelegen terwijl hij al gestorven was. Dat heeft een schok gegeven in de wijk. Dit is toch een dorp waarin je elkaar redelijk goed kent. We dachten: dat komt hier natuurlijk niet voor.”

Bij Goudzwaards afscheid aan de VU verscheen de vriendenbundel Bewogen realisme. Typeren die woorden hem? “De combinatie van die twee woorden wel. De bewogenheid heb ik geleerd in de oecumenische beweging, waarin ik me altijd heb begeven. Het realisme komt meer uit mijn gereformeerde achtergrond en de ideeën van De Wijsbegeerte der Wetsidee van Dooyeweerd. De combinatie van die twee bewegingen is me steeds meer gaan boeien.”

Schildpadden

Bij de voordeur in de Driebergse woning hangt een oud tegeltje. Het stelt Noach voor, die naast de ark ongeduldig staat te wachten op twee schildpadden, terwijl het al begint te regenen. “Ik was rond 1970 voor mijn proefschrift bezig met het milieuvraagstuk, waar de economie toen nog geen antwoord op wist te vinden. Ik zag toen al dat het bijbelse begrip van economie veel breder was dan in het vak zelf gebruikelijk was: de zorg voor alles wat bestaat. Ik was bezig met de begrensdheid van de schepping, de ongeremde industriële groei, dat soort dingen en ik had de neiging om zo bezorgd te zijn over de toekomst dat ik van daaruit begon te denken. Ik was lid van de Tweede Kamer en herhaalde mijn waarschuwingen voor AR-kiesverenigingen in het land. Op een avond in Rotterdam gaf een dominee me dit tegeltje kado. Hij zei iets van: ‘Je kan je wel gaan staan opwinden over die twee schildpadden die de ark maar niet in willen, maar is dit nu de houding die je moet hebben tegenover mensen die de toekomst tegemoet gaan?’ Dat vond ik zo treffend dat ik het heb opgehangen. Het heeft me behoed voor doemdenken. Mijn ideeën over de economie van het genoeg hoefden niet meer in het teken te staan van de moedeloosheid, maar in het teken van de hoop op andere vormen van welzijn dan we nu hebben.”

Een paar jaar later is Goudzwaard voor het eerst op weg naar Zuid-Afrika, om namens de VU contacten te leggen met de leiders van de strijd tegen de apartheid. “Ik zag het zwaar in en voelde me eenzaam. Was het niet te groot voor me? Toen zag ik vanuit het vliegtuig, terwijl we boven de Sahel vlogen, in de donkere nacht een klein sterretje schijnen, zonder te fonkelen. Dat moet Venus zijn, die de Bijbel aanduidt als de Morgenster. Het begon tot me door te dringen: als die ster schijnt, dan kondigt die de morgen aan. Als de morgenster schijnt is de nacht eigenlijk al verslagen. Sindsdien ligt het fundament van mijn leven niet in de openingetjes die je zelf nog kunt ontwaren. Nee, we mogen leven vanuit het morgenlicht dat van de andere kant naar ons toekomt. Dat beeld vond ik fascinerend, het was een diepe ervaring voor me. Ik ben toen naar mijn studenten ook anders gaan communiceren, meer vanuit de hoop die van elders komt.”

Gevoel van onrust

“Er is nog een motief bijgekomen de laatste jaren. Dat is een vreemd verhaal. Ken je ds. A.A. Leenhout? Een wonderlijke man. Het was in 1948 dat hij bepaalde gezichten ontving over hoe de wereld er toen bijstond en hoe die zich verder zou ontwikkelen. Een van zijn uitspraken is me bijgebleven en voor mij van betekenis geworden: ‘Zie, ik sta aan de rand van uw bestaan.’ Als we op de grens komen van wat de wereld nog dragen kan, dan beleven we dat tegenwoordig op een seculiere manier, alsof God er niets mee te maken heeft. We ontwerpen in onze tijd zelf de manieren waarop de toekomst zich moet ontwikkelen. Mensen moeten dan van alles doen, en dat slaat vaak helemaal niet aan. In de tijd van de verzuiling wist je wat de zin van alles was. Je leefde weliswaar in een cocon, een eigen stukje samenleving, maar er zat wel een gelaagdheid in. Traditie was meer dan je ouders nadoen. We doorleefden de waarden en betekenissen die overgedragen werden echt. Dat zegt veel jongeren nu weinig meer. In lezingen gebruik ik daarom vaak de openingszin van een boek van de postmoderne filosoof Jean Baudrillard: ‘De dingen hebben er iets op gevonden om zich te onttrekken aan de menselijke zingeving, die hen verveelde. Daarom strekken ze zich zelf nu uit tot het oneindige.’ Dat is merkwaardig, het meest moderne seculiere levensbesef dat we de macht over de dingen zijn kwijtgeraakt. Die bepalen nu van buitenaf ons log. Het besef van voorafgegeven zin waaraan we ons konden toevertrouwen is goeddeels weg. Dat geeft mij wel een gevoel van onrust.”

Fundament van hoop

“Die uitspraak van Leenhout, ‘Zie, ik sta aan de rand van uw bestaan’, zegt mij ook dat de wereld niet ontworpen is om ten onder te gaan. Het is ook een wonderlijke interpretatie van de Bijbel om te denken dat alles brandend zal vergaan. Nee, de aarde zal gelouterd worden en behouden blijven. In het Dordt College in Amerika sprak ik onlangs in een chapel service, voor authentiek opgevoede gereformeerde studenten. Ik vertelde het verhaal waarmee het Johannesevangelie eindigt. Jezus staat op het strand, zijn leerlingen zijn aan het vissen, maar ze vangen niks. Jezus roept ze toe het net aan de andere kant uit te werpen. Als ze met hun rijke vangst op het strand komen, ligt er al brood en vis op het vuur. Jezus vraagt dan, in de oude vertaling: ‘Heeft u ook enige toespijs’, ofwel: hebben jullie het dessert geregeld? Daar zit zoveel humor in! Daarin ligt het fundament van de christelijke hoop. De strijd is gestreden, de overwinning is er al. Maar we moeten nog wel voor het toetje zorgen, anders is de maaltijd niet compleet. Wij zullen de wereld niet redden. Het is alsof God zegt: ‘Ik zal voorkomen dat die wereld, waarop ook het kruis van mijn zoon heeft gestaan, door jullie totaal verwoest wordt.’ Op welke manier, dat weet ik niet. Maar het is wel het fundament van mijn hoop. Noach denkt ook: ik moet de wereld redden. Nou, vergeet het maar! Hij zal moeten wachten op de schildpadden.”

Delen uit de bron

Het is niet verwonderlijk dat Bob Goudzwaard de aanpak van de economische crisis kritisch volgt. Centraal in zijn economisch denken staat het delen. “Dat Europa de vluchtelingen uit Noord-Afrika niet opneemt, komt omdat we kunst van het kunst van het delen niet echt hebben geleerd. We delen vooral uit onze overvloed, waarbij we er eerst voor zorgen dat we zelf voldoende hebben. Wat we moeten leren is het delen van de bronnen van welvaart en welzijn als kennis, grondstoffen en water. De bron van blijvende armoede is vaak onze eigen exclusiviteit. Dat je anderen uitsluit van jouw bronnen van welvaart.”

Politici beweren dat de crisis voorbij is. Bent u het daarmee eens?

“Ik vind dat dat niet waar is. Het is een crisis van het systeem zelf. Het zit diep, in de vormen van geldschepping en geldbenutting in combinatie met de focus op een altijd maar doorgroeiende consumptie. Daardoor is de economie intern niet stabiel.”

Wat had er moeten gebeuren?

“Geld is in principe een publiek goed. Er moet zorg aan besteed worden dat het niet steeds aan waarde verliest. Mensen ontlenen er de waarde van hun pensioen aan en allerlei andere dingen. Maar geldschepping is vooral een zaak van particuliere grote banken geworden, waarbij de publieke controle onvoldoende is. We moeten die ongeremde particuliere geldschepping terugroepen als een hond in een hok om weer beheersing te krijgen over wat er nu met geld in de wereld gebeurt.”

U heeft veel nagedacht over hebzucht. Is dat hier het grootste probleem?

“Het is niet alleen een kwestie van hebzucht, dat zou te gemakkelijk zijn. Maar hebzucht is op een zekere troon verheven. Het wordt aanbevolen als motor van het economisch leven. Dan ben je echt verkeerd bezig. Het is wel zo dat als mensen meer consumeren, het economisch leven weer op gang komt. Maar er zijn banken en fondsen die louter op hebzucht zijn georganiseerd en speculatief geld aan het creëren zijn voor de aandeelhouders. Hedgefunds zijn nooit echt aangepakt. Als haaien werpen ze zich op de zwakke punten van de munteenheden. Je hoeft geld niet af te schaffen, maar je moet grenzen stellen aan de mate waarin hebzucht in de economie, in de vorm van speculatie, de zaak naar zich toetrekt. Die verrijking heeft op andere plaatsen op de wereld de verarming versterkt. Dat is een verdrietige zaak.

Het is bijzonder dat het boek van Piketty, Le Capital au XXIe siècle (Kapitaal in de XXIe eeuw), zo’n bestseller is geworden. Hij heeft aangetoond dat de armoede zich kan verdiepen als de rijkdom toeneemt. ‘Lifting up all boats’ is een vorm van bijgeloof bij veel economen. Dit wil zeggen dat ervanuit wordt gegaan dat als het water stijgt, alle boten gelijk omhoog gaan. Piketty ontzenuwt die gedachte. Welvaartsgroei en armoedegroei blijken hand in hand te gaan.”

Waarom is delen voor mensen zo moeilijk? Heeft dat ook met secularisatie te maken?

“Dat denk ik wel. In Zuid-Afrika heb ik gezien hoe moeilijk het is om bepaalde verworvenheden weer los te laten. In Nederland is gelukkig een basisgevoel van diepe verdraagzaamheid waar te nemen. Maar als we vinden dat anderen ons baantje inpikken, zie je racisme zomaar de kop opsteken. Vrijgevigheid blijft moeilijk voor mensen. Het moet wel een van de vruchten van de Geest zijn. Pascal heeft een keer gezegd: ‘Jezus wordt alleen nog herkend aan Zijn wonden die zichtbaar worden bij het delen.'”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *