tekst Karel Smouter beeld Shutterstock

We zijn dan misschien niet allemaal complotdenkers, analyseert publicist Karel Smouter, maar velen van ons zijn wél geneigd onze persoonlijke geschiedenissen te verknopen aan een groter plot, dat bezig is zich door de tijd heen te ontrafelen. “Juist christenen kunnen putten uit een diep reservoir aan andere manieren om met rampspoed om te gaan.”

De lucht was werkelijk zwanger van beloftes toen mijn vader me vijfentwintig jaar terug op zijn studeerkamer nodigde om samen voor het eerst het wereldwijde web te betreden. We konden zomaar door de catalogus van de Hermitage in St. Petersburg klikken en het Witte Huis mailen, maar natuurlijk ook gewoon een Nederlandse bieb raadplegen. En op de fora van De Digitale Stad konden we chatten met andere early adaptors van het Nederlandse internet. 

Ik kan me de haast fysieke sensatie van al die opwindende nieuwe mogelijkheden nog zo voor de geest halen. Ja, deze vinding zou alles anders maken, kondigden de techoptimisten van toen vol vertrouwen aan. Een betere wereld was niet ver weg. En hoe kon je in 1995 eigenlijk geen optimist zijn? Ajax won de Champions League, muren tussen mensen zouden instorten – zoals de Berlijnse Muur ruim vijf jaar eerder – en alle informatie zou vanaf nu voor iedereen met een modem beschikbaar zijn. De waarheid? Die was slecht één muisklik bij iedereen vandaan.

Een kleine kwart eeuw later zadelde een online nepnieuwscampagne de Amerikanen op met een president die zijn bevolking op primetime onbewezen en levensgevaarlijke geneesmiddelen aansmeert. Is er op the dark web een wereld ontstaan waar drugshandelaars, terroristen en pedofielen vrijwel ongehinderd hun eigen goddelijke gang kunnen gaan. En gaan er terabytes aan data op aan filmpjes met halfbakken theorieën over hoe de wereld nu werkelijk in elkaar steekt.

Want ja, de informatierevolutie die zich toen aankondigde, heeft zich inderdaad voltrokken. Maar vermoedelijk niet op de manier waarop de pioniers van het internet dat voorzagen. Anders dan bij voorgaande mediarevoluties maakte internet ons niet alleen consument van informatie, maar ook uitgever, producent en distributeur. De gevolgen daarvan zijn in deze coronatijd duidelijk zichtbaar. Parallel aan de pandemie is er een storm van even zo epische proporties aan nepnieuws en complottheorieën opgestoken. 

De eerste grote mondiale crisis in het post truth-tijdperk lijkt zo nog maar weer eens te onderstrepen dat de utopie van het internet in een dystopie veranderd is. Een wereld waarin feiten het onderspit delven ten faveure van al wat je plausibel kunt laten klinken.

Wie van complottheorieën gevrijwaard wil blijven, moet mensen – niet zelden je oom, je tante of een gewaardeerd gemeentelid – actief blokkeren, muten of negeren.

Maanlanding

Nu zijn complottheorieën die viraal gaan natuurlijk niet van gister. Al in de vroegste dagen van het internet zongen ze rond. Dat www (world wide web), opperde een bezorgde dominee bijvoorbeeld al eens, was dat niet het teken van het beest? Als je het Hebreeuwse alfabet in een cijfersysteem omzet, staat de letter ‘wah’ immers voor 6. En die maanlanding? Die was natuurlijk hartstikke fake, zo was ook toen al op tal van kundig in elkaar gedraaide filmpjes te zien.

Maar waar je in de begintijd van het internet nog goed moest zoeken naar dit soort verhalen, worden die je nu via tal van tijdlijnen op een presenteerblaadje aangereikt. De berichten zoeken jou op, in plaats van andersom. Wie nu van complottheorieën gevrijwaard wil blijven, moet mensen – niet zelden je oom, je tante of een gewaardeerd gemeentelid – actief blokkeren, muten of negeren.

Die toegenomen zichtbaarheid van dit soort complotdenken – met name online – blijft niet zonder gevolgen. Onderzoeksbureau Ipsos peilde onlangs dat 15% van de Nederlanders er intussen van overtuigd is dat COVID-19 door de Chinezen vanuit een laboratorium bij Wuhan op de rest van de wereldbevolking is losgelaten. 29% geeft aan: ‘weet het niet zeker’. Voor de zekerheid zeg ik het toch maar even: voor die stelling is nog geen enkel bewijs gevonden. 

In Amerikaanse peilingen lopen evangelicals zelfs al jaren voorop in de cijfers van burgers die hun eigen versie van de feiten prefereren boven het officiële verhaal

En hoewel dit nog niet afzonderlijk gepeild is, lijkt het aannemelijk dat ook een deel van de Nederlandse christenen intussen volop twijfelt aan het officiële verhaal dat hun wordt voorgeschoteld. In Amerikaanse peilingen lopen evangelicals zelfs al jaren voorop in de cijfers van burgers die hun eigen versie van de feiten prefereren boven het officiële verhaal.

***

Ik was dan ook vast van plan deze pagina’s te benutten om u voor eens en voor altijd te doordringen van het gevaar van dit soort misinformatie. Te onthullen, misschien wel, hoe je constructief in dialoog kunt treden met complottheoretici en hen kunt overtuigen van het tegendeel van alles wat zij bepleiten. Maar in het zicht van de deadline voor dit artikel, werd ik almaar moedelozer van mijn eigen voornemens. Want is dit tij nog wel te keren? 

Met Bas Heijne, in het NRC van 23 mei jl., vrees ik dat wie denkt dat complotdenkerij en nepnieuws met voorlichting en bewustwording kunnen worden bestreden, er weinig van begrepen heeft. Het moderne complotdenken, schrijft Heijne, ‘gaat niet om vervangende waarheden of om alternatieve feiten, maar om munitie om de vijand mee te lijf te gaan. Het is in de kern nihilistisch.’

Ik denk dat Heijne hier de spijker op de kop slaat, maar misschien ben ik zelfs nóg iets pessimistischer. Want het gretige aplomb waarmee mensen hun zojuist gevonden zekerheden de – al dan niet virtuele – wereld in zenden, blijft niet beperkt tot een smaldeel 5G-activisten hier of een groepje antivaxers daar. 

Minstens zo luid als het getetter van de gangbare complottheorettes klonken de afgelopen maanden met eenzelfde zekerheid van zaken gebrachte theorieën over Moeder Natuur die ons middels een virus een les zou willen leren. Over de coronacrisis als grote gelijkmaker, die aan alle verschillen tussen mensen een eind zou maken. De zoönose als laatste waarschuwing tegen de uitwassen van de bio-industrie. Of, natuurlijk, als wrake of waarschuwing Gods.

Theorieën als deze verschijnen doorgaans als gestileerde, bedachtzaam geformuleerde essays in respectabele opiniekaternen. Of in zorgvuldig uitgeschreven preken, uitgesproken vanaf eerbiedwaardige kansels. Maar er is een interessante overeenkomst tussen deze verhalen en de amateuristisch aan elkaar geknipte YouTube-filmpjes waarin complotdenkers hún visie op de wereld uit de doeken doen. Zowel de kansendenker, de complottheoreticus als de onheilsprofeet toont zich namelijk vatbaar voor wat ik de afgelopen tijd ‘de verleiding van het verhaal’ ben gaan noemen. 

We zijn dan misschien niet allemaal complotdenkers, die daadwerkelijk een samenzwering van de een of andere elite de schuld voor al onze aardse rampspoed in de schoenen trachten te schuiven. Maar velen van ons zijn toch in meer of mindere mate plotdenkers, geneigd om onze eigen persoonlijke geschiedenis voortdurend in het licht te zien van een groter plot dat bezig is zich door de tijd heen te ontrafelen. 

‘Waar de 20e eeuw in het teken van de grote verhalen stond, staat de 21e eeuw vooralsnog in het teken van 1001 kleine verhalen die we à la carte bij onze eigen levenskeuzes uitzoeken’

Waar de 20e eeuw in het teken van de grote verhalen stond – communisme, fascisme, liberalisme – staat de 21e eeuw vooralsnog in het teken van 1001 kleine verhalen die we à la carte bij onze eigen levenskeuzes uitzoeken. Om zodoende het ongerijmde en het onverwachte toch ‘kloppend’ te krijgen.

De een ziet de uitrol van het 5G-netwerk of een wereldwijd vaccinatieprogramma als dreiging aan de horizon, de ander onze vleesconsumptie of onze verslaving aan vliegen. Nu wil ik niet suggereren dat al deze theorieën geheel en al op gelijke voet staan – voor het ene verhaal bestaat bijvoorbeeld meer bewijs dan voor het andere –, maar het psychologische principe erachter is, zo vermoed ik, ergens hetzelfde. We zoeken als het ware rust en orde in de verhalen die we onszelf vertellen. Proberen de chaos om ons heen te bezweren.

De post-postmoderne mens blijkt een wezen te zijn dat – als het noodlot niet langer te bezweren valt, zoals met deze virusuitbraak – dan toch tenminste het narratief daarover wil blijven controleren. We zijn stuk voor stuk spindoctors geworden, zo zou je kunnen zeggen, van onze eigen universums. 

En wat in al die narratieven boven komt drijven, is telkens toch vooral een bevestiging van het wereldbeeld dat we al hadden. De een ziet het eind der tijden opdoemen, de ander een herstelde wereld. We verschillen diepgaand van mening over wie de good en wie de bad guys zijn, maar de overeenkomst tussen al die verhalen is dát er voor mensen van nu een sluitend verhaal moet zijn. Dat er betekenis zit in wat ons overkomt.

‘Maar wat als er nu helemaal geen plot is? Dat we net als alle generaties vóór ons met de grillen van het lot te maken krijgen?’

Steeds vaker dacht ik dit voorjaar onwillekeurig: maar wat als er nu helemaal geen plot is? Dat we net als alle generaties vóór ons met de grillen van het lot te maken krijgen? En dat niet alles zomaar te temmen en te orkestreren valt? Als wat ons te doen staat, kortom, is om – zoals een mooie, oud-Nederlandse wijze van zeggen luidt – onze ziel in lijdzaamheid te bezitten? 

***

Die gedachte lijkt zo op het eerste oog linea recta tegen de christelijke traditie in te druisen. Die drijft immers op het grote verhaal van God die zich door de eeuwen heen telkens opnieuw aan mensen en volken verbindt. Rooms-katholieke filosofen als Paul Ricoeur en Charles Taylor noemen onze neiging ons leven vorm te geven in verhalen dan ook een ‘basale toestand van het mens-zijn waaraan we niet kunnen ontsnappen’ (Taylor) of zelfs een ‘voorwaarde om je eigen leven als geheel te begrijpen en zo ethisch te handelen’ (Ricoeur). Mensen zíjn nu eenmaal verhalenvertellers, stellen zij, die door verhalen te vertellen verleden, heden en toekomst in een logisch en coherent verband proberen te plaatsen. Sterker nog, ze móéten wel, want hoe kunnen ze anders verantwoordelijk handelen?

Nu denk ik inderdaad dat mensen geboren verhalenvertellers zijn. Dat onderscheidt ons in zekere zin van andere dieren. En ik denk ook dat het helpend kan zijn om jezelf te verhouden tot een groter verhaal buiten jezelf. Maar misschien bestaat er ook zoiets als een teveel aan duiding, drift en vertelzin. 

Ik noemde dit aan het begin van de coronacrisis in een opiniebijdrage in NRC al ‘geestelijk hamsteren’. Dat je als het ware té snel té veel duiding inslaat om je te wapenen tegen de rampspoed. Net als bij het hamsteren van boodschappen dreigt bij geestelijk hamsteren het gevaar van lege schappen. Dat je uiteindelijk, als de nood écht aan de man komt, niet meer voort kunt met het vergezicht van een gezuiverde wereld na de ramp. Dat je alle levensmoed als het ware al hebt opgebruikt tegen de tijd dat je ontdekt dat jouw postapocalyptische visioenen toch geen werkelijkheid worden.

*** 

En ook veel populaire, hedendaagse theologie stimuleert gelovigen te zoeken naar Gods plan met je leven

En daar komt nog iets bij: het hedendaagse internet dwingt ons als het ware allemaal meestervertellers van ons eigen verhaal te worden.

Onze kinderen leren bijvoorbeeld al vroeg hun eigen Insta- en TikTok-verhalen te fabriceren. Om voortdurend nieuwe narratieven te construeren, kortom, want na 24 uur zijn de meeste van deze stories alweer verdwenen. Niet voor henzelf, maar voor anderen. Ik hoorde het mijn zesjarige laatst al zeggen nadat we samen een filmpje hadden opgenomen, als een volleerd vlogger: ‘Vergeet niet te volgen en te liken, laat iets achter in de comments.’ Eenmaal in het werkende leven worden we met allerlei cursussen opnieuw gestimuleerd om aan ‘storytelling’ te doen, als individu en als organisatie. En ook veel populaire hedendaagse theologie stimuleert gelovigen te zoeken naar Gods plan met je leven en Gods hand in de geschiedenis. 

Is het, wanneer je er zo naar kijkt, echt zo gek dat we bij plotselinge rampspoed direct aan ons verhaal gaan werken? Om de geschiedenis zoals die zich voordoet direct in ons plot proberen te passen? En is het vervolgens echt zo gek dat hetzij onze angsten – in het geval van veel complottheorieën –, dan wel onze verlangens – bij veel andere duiders – als het ware met ons aan de haal gaan?

*** 

‘Juist christenen kunnen putten uit een diep en breed reservoir aan andere manieren om met rampspoed om te gaan’

Goed, we lijken in deze tijd dus allemaal plotdenkers pur sang geworden. De vraag die zich vervolgens natuurlijk opdringt, is: kunnen we eigenlijk wel anders? En zo ja, waarom moet dat dan?

Nu denk ik dat juist christenen kunnen putten uit een diep en breed reservoir aan andere manieren om met rampspoed om te gaan. Om ‘op verhaal te komen’ zonder meteen te komen bij een sluitend narratief over de aarde die ten onder gaat door een boosaardige samenzwering of daarvan juist kan worden gered als we maar dit of dat doen.

Prediker, bijvoorbeeld, begint zelfs met een pleidooi om niet alles te willen begrijpen. “Soms gebeurt er iets waarvan de mensen zeggen: “Kijk, dit is iets nieuws.” Maar dan is het lang geleden ook al gebeurd, voordat wij er waren.” Of denk, natuurlijk, aan Job, de man die koos voor lotsaanvaarding in plaats van verzet. “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen? Of, misschien mijn favoriete vers uit de Bijbel, Johannes 11:35: “Jezus weende.”

Het is de taal van berusten zonder te begrijpen. Van aanvaarden zonder naar een verklaring te zoeken. Van treuren zonder direct alles te willen fixen. Wat in al die premoderne verhalen te bespeuren valt, is bovendien een zeker besef dat je opgenomen bent in een groot, ongrijpbaar en mysterieus geheel. Als mensen van na de Verlichting kunnen we daar natuurlijk niet geheel naar terug.

Maar mij dunkt dat we in deze onbegrijpelijke tijden, terwijl we ons langzaam opmaken voor een ongekende crisis die onvermijdelijk op de pandemie zal volgen, toch iets van die stoïcijnse inborst kunnen gebruiken. Om lotdenkers in plaats van (com-)plotdenkers te worden. 

Zodat we het schrijven van een coherent verhaal over deze tijd aan Geert Mak en zijn collega’s kunnen overlaten, in plaats van het zelf in het hier en het nu op onze tijdlijn te hoeven plempen. Want, in de woorden van Søren Kierkegaard: “Het leven moet voorwaarts worden geleefd, zodat het achterwaarts kan worden begrepen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *