Hoe breng je wetenschappelijke gegevens in lijn met je geloof? In het maartnummer van De Nieuwe Koers vragen we acht wetenschappers om een persoonlijke reactie. Hier de bijdrage van Heino Falcke. Hetty Lalleman en Gert Jan Veenstra volgen de komende dagen.

Voor een groep studenten staan en ze dan vertellen dat het heelal zesduizend jaar oud is? Nee, dat is voor mij werkelijk onmogelijk. Dan sta ik tegen ze te liegen! Met telescopen bepalen we heel nauwkeurig dat andere melkwegstelsels op miljoenen en miljarden lichtjaren afstand staan – en als we spreken over miljarden lichtjaren afstand, hebben we het dus ook meteen over miljarden jaren in tijd, een oeroud heelal dus – en dan moet ik mijn studenten vertellen dat alles wat wij bestuderen maar een toneelstukje is? Nee.

Wetenschappelijk materiaal dat zo’n oud heelal ondersteunt wegredeneren door te stellen dat God het universum volwassen heeft geschapen, vind ik evenzeer kwalijk. Op die manier maken we van Hem een soort leugengod, een toneelspeler. Alsof Hij ons dingen laat zien die er helemaal niet zijn. Natuurlijk, onze schepper heeft de volledige vrijheid om zo te handelen, maar dat lijkt mij niet te passen bij de betrouwbare God zoals ik Hem ervaar.

Wat ik buitengewoon waardeer, is dat in christelijke kringen – anders dan in veel seculiere – nog intensief wordt nagedacht over de grote vragen van ons bestaan. Daarbij moet ik wel opmerken dat veel dogma’s, bijvoorbeeld die in de creationistische hoek, niet per se oeroude geloofswaarheden zijn, maar vrij jonge systemen en denkbeelden die dateren van de laatste eeuwen. Die verheffen tot algemene waarheid, vind ik een gevaarlijke bezigheid. Vanuit je geloof een dogma opstellen over hoe het heelal is ontstaan, is niets anders dan voorschrijven hoe God iets heeft gedaan of had moeten doen. Daarmee kwets je mensen die geloven dat ons universum veel groter is dan wij denken.

Als mensen willen geloven in een zesduizend jaar oud heelal ga ik ze zeker niet dwingen naar de wetenschappelijke vindingen te kijken, en ik zou hun geloof respecteren. Maar ik vraag ze andersom ook mijn geloof te respecteren. En ga mij alsjeblieft niet vertellen hoe ik wetenschap moet bedrijven of wat ik als christen en wetenschapper wel en niet mag zeggen.

Wie Genesis leest, moet dit met en bepaalde nederigheid doen. Zullen wij door het lezen van slechts drie hoofdstukjes alle details begrijpen van hoe de schepper alles heeft gemaakt? Natuurlijk, ook de wetenschap zal nooit alle raadsels omtrent de schepping kunnen ontrafelen, maar Gods werken mogen met ons verstand worden onderzocht (Romeinen 1:20). De wetenschap kan op die manier verrijkend werken en perspectief bieden.

Toen we kort geleden met ons Bijbelkring lazen dat wij zijn gemaakt uit stof, dacht ik meteen: ja, natuurlijk, dat klopt! Wij zijn uit hetzelfde stof gemaakt als waaruit de aarde is ontstaan. We bestaan uit dezelfde protonen en atomen als een stoel. Maar met dat verschil dat God, hoe dan ook, ons zijn ruach – zijn adem – heeft ingeblazen. Het ontstaan van stof is een van de belangrijkste onderwerpen in de sterrenkunde, en een van de grootste ontdekkingen van de laatste eeuw is dat wij – jawel – uit sterrenstof zijn gemaakt. Als ik dat op zo’n moment teruglees in de Bijbel, krijgt dit kleine woordje voor mij meteen een veel bredere en alomvattende betekenis. Voor mij persoonlijk was dat een mooie ontdekking.

Prof. dr. Heino Falcke is hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderzoek richt zich op zwarte gaten en de grenzen van het heelal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *