Op eerste kerstdag zond de KRO het Missa in Mysterium uit, een kunstig geregisseerde Latijnse mis onder de bezielende leiding van cabaretier Herman Finkers. In een interview met het Nederlands Dagblad zei hij: “Een katholieke mis is, veel meer dan een protestantse dienst, een vorm. En die vorm is belangrijk omdat alles op elkaar afgestemd is: daardoor kan het geheim zich openbaren, zich laten voelen.”

Een prachtig uitgangspunt: dat een pure vorm an sich iets openbaart. Wie een kerkdienst benadert als iets waar je het mee eens kunt zijn of niet, beschouwt de christelijke viering als een soort intellectuele substantie, als iets dat uiteindelijk begrepen kan worden. Maar doe je daarmee de vorm niet te kort? Is vorm niet ook heel waardevol, juist omdát daar niets aan te begrijpen valt?

Nadat het humanisme en de Verlichting hun intrede deden, groeide het vertrouwen in menselijke kennis. Op zich een prima ontwikkeling, lijkt me. Maar niet alleen prima. Al te gemakkelijk leek dat intellectuele, wetenschappelijke, rationele bovenkamertje van de zich beschavende westerling de deur naar het mysterie van het leven dicht te gooien: mysterie is onverklaarbaar, ergo irrelevant.

Wat mij betreft een goedkope, simpele en vervlakkende redeneertrant. Alsof het levensgeheim zich überhaupt zou laten opsluiten in een verklaring. Om het in de woorden van Finkers te zeggen: “Als je het begrijpt, dan heb je het kleiner gemaakt dan je verstand. Dus is het dat geheim niet, want dat is groter dan je verstand.”

Zoals we ook elk (zelfhulp)boek, elke lezing, elke film of elk kunstwerk benaderen, beoordelen we kerkstromingen en -diensten vanuit inhoudelijke vragen: ‘Wat vind ik hiervan?’ ‘Wat heb ik hieraan?’. De premisse van ons eigen oordelende verstand zit zelfs zo diep in ons systeem, dat simpelweg iets mooi vinden zonder feitelijke onderbouwing als een soort tweederangs mening wordt gezien. Gelukkig is er hoop: steeds meer mensen, vooral jongeren, hebben behoefte aan het niet hóeven begrijpen en beoordelen van dingen. Over de hele culturele linie is dit fenomeen waar te nemen: we zoeken naar rust om te mediteren, muziek die verbindt, diepe relaties met vrienden, vrede met onze eigen identiteit. Zelfs dancemuziek past in deze trend: muziek zonder tekst, die je begrijpt door het te voelen tot in het diepste van je ingewanden.

We zijn geneigd een werk van Jackson Pollock te beoordelen met ‘dat kan mijn kleine zusje ook’. Maar waarom is het zo belangrijk dat dat zusje dat ook kan? En als een late Van Gogh u raakt en iemand vraagt u waarom, wat zegt u dan? Dat de techniek zo goed overdacht is, of het kleurenspel zo in balans? Of snapt u het ook niet helemaal en schaamt u zichzelf vervolgens dat u dat wezenlijke niet helemaal kunt omschrijven?

We doordrenken onze waardeoordelen van feiten en inhoudelijke kwalificaties terwijl die lang niet altijd relevant zijn. Zodra alleen een vorm ons emotioneert, schrikken we, misschien wel omdat we er geen taal aan kunnen geven. Het is ook moeilijk: we worden geacht extraverte mensen te zijn, vol meningen en overtuigingen, opiniestukken schrijvend voor een intimiderend goed belezen publiek. Maar we zijn klein. We snappen lang niet alles. We weten niet precies waaróm iets ons raakt. En dat mysterie is lastig te omarmen.

Schoonheid, geloof, liefde, waarheid – het zijn geheimen waarin we leven, maar waarvoor taal en inhoud nooit toereikend zullen zijn. Een katholiek uitgangspunt? Misschien. Maar wat is erop tegen om geraakt te worden door enkel een onbegrijpelijke vorm of zijn schoonheid en daar volop in te geloven? Ik schaar me achter Finkers’ antwoord: “Als je iets gelooft, dan is het dat. Het is geen natuurkunde.”

Robin van Deutekom is cultuurwetenschapper en neemt eens per maand een verfrissende duik in de populaire cultuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *