Veel mensen hebben de neiging iets voor een ander te willen doen. Ze vergeten met de ander te zijn. “In de hemel gaat het om ‘zijn’, niet om ‘doen’. Als dat het uiteindelijk doel is, waarom beginnen we er dan nu al niet mee?”, vraagt de Britse theoloog Samuel Wells zich af. De Nieuwe Koers zocht ‘m op in Londen.

tekst Arie de Fijter

Lunchtijd. De kerk van St. Martin-in-the-Fields aan Trafalgar Square loopt langzaam vol voor het lunchconcert Great Sacred Music. Sinds vier jaar kun je hier elke week luisteren naar muziek uit het Brits-christelijke erfgoed. Maar er zijn ook altijd liederen om mee te zingen; deze middag bijvoorbeeld Be still my soul, op de melodie van Finlandia van Jean Sibelius.

Na afloop daal ik per trap naar de crypte af. Ik ben nog steeds in de kerk, maar toch voelt het niet zo. Er is een drukbezocht restaurant en een winkel, waar je boeken, souvenirs en religieuze artikelen kunt kopen. St. Martin-in-the-Fields is niet alleen een bedrijvige kerk, het is ook echt een bedrijf. In het meest recente actieplan staan vier kernwoorden: charity, commerce, culture en congregation. Met andere woorden: geld verdienen én daklozen ondersteunen, genieten van cultuur én investeren in gemeente-zijn, voor St. Martin’s is het een vruchtbare manier van kerk-zijn in de 21e eeuw.  

De Britse theoloog Samuel Wells

Samuel Wells is sinds 2012 als predikant aan de gemeente verbonden. En in de achterliggende zes jaar ontwikkelde hij een theologisch totaalconcept dat past bij de manier waarop St. Martin-in-the-Fields zich manifesteert. In theologie, geloof, kerk en wereld draait het volgens Wells uiteindelijk om slechts één woord: met. Zijn met God, en zijn met je medemens. Gods grote doel is te zijn met ons. En Hij vraagt ons te zijn met onze naaste, op de manier waarop God met ons is. 

Wells plaatst dit perspectief naast een diepgewortelde levenshouding die hij signaleert in de westerse cultuur. Daar ziet hij een enorme drive om het goede te doen voor de ander. Working for, noemt Wells die houding. “Het lijkt wel alsof dingen doen voor anderen dé reden is van ons bestaan. Het is het onbetwiste uitgangspunt van de Westerse samenleving: dat het goed is om goede dingen te doen voor een ander.” En juist met dit op het oog zo prachtige uitgangspunt heeft Wells een probleem. “Als we ons leven richten op goede-dingen-willen-doen voor een ander, verdwijnt de kern van het christelijk geloof uit het zicht: diepgaande, duurzame relaties.” 

Dat moet u wel een beetje uitleggen.

“Ik werkte nog maar net op Duke University (North-Carolina, VS) toen orkaan Katrina in 2005 toesloeg en heel veel verwoesting aanrichtte. Zonder dat men erom vroeg, trokken mensen uit mijn omgeving massaal naar het zuiden af om nieuwe huizen te bouwen. Op zich is er met die hulpverlening niks mis, maar al die helpers zijn ook weer vertrokken. Hebben ze duurzame relaties opgebouwd? Dat kun je je afvragen. Ze hebben vooral heel hard gewerkt, met, maar vooral vóór de ander. En ondertussen bleef die ander, met zijn verlangens en behoeften, buiten beeld.” 

U wilt niet te veel bezig zijn met de oorsprong van die doenerigheid, schrijft u in The Nazareth Manifesto, maar toch dringt de vraag zich op. Waar komt die doe-mentaliteit vandaan?  

“Het heeft te maken met ons verlangen naar controle. Onze cultuur zit zo in elkaar dat we heel goed weten hoe we het leven onder controle kunnen krijgen. We volgen een opleiding en worden ergens goed in. Vervolgens bieden we de expertise die we hebben ontwikkeld aan anderen aan, op onze voorwaarden. Als je van onze diensten gebruik wilt maken, moet je een afspraak maken, of een contract sluiten. Mijn punt is: in zulke ‘klantrelaties’ houden we het niet voor mogelijk dat degene die bij ons komt voor mijn diensten, iets voor mij zou kunnen betekenen. Want ik doe iets voor die ander. Wie die ander is, wat hij of zij kan, dat is op dat moment niet relevant. Wij zijn massaal probleemoplossers geworden; aan de ene kant zijn problemen. Aan de andere kant probleemoplossers.” 

Is problemen oplossen zo anders dan zijn met de ander?  

“Wat als je zou ontdekken dat die ander door zijn aanwezigheid onthult dat jij degene bent die verandering en groei nodig heeft? Wat als het dus precies andersom werkt? Niet de ander heeft mijn inzet nodig. Ik heb diepgaande, duurzame relaties nodig. Ik heb de ander nodig. En wij hebben elkaar nodig. Het vraagt een flinke dosis nederigheid om dat te willen zien. En nederigheid is nu niet bepaald een kwaliteit die onze cultuur aanmoedigt. Wij worden opgeleid om succesvol te zijn, en financieel onafhankelijk te worden. Maar juist daarin verliezen we de wezenlijke relaties die we zelf nodig hebben compleet uit het oog.” 

Is die focus op succesvol zijn en problemen oplossen iets van onze huidige westerse cultuur? Of zit het dieper, in de wortels van ons mens-zijn? 

“Het heeft te maken met onze menselijke natuur. Voor ons is het veel gemakkelijker de expert te zijn die een klein beetje van zijn diepe wijsheid deelt, dan een afhankelijk mens te zijn die van een ander een druppel water hoopt te krijgen om de dag door te komen. Wij hebben het liefst relaties waarin wij de zekerheden in handen hebben, waarin wij alle middelen tot onze beschikking hebben. En zo lang we die hebben voelen we ons goed. Maar de keerzijde is dat we erg bang zijn voor het moment dat onze middelen opraken.”

In The Nazareth Manifesto besteedt Wells veel aandacht aan het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Hij verzet zich tegen die interpretaties van het verhaal waarin wij ons identificeren met de Samaritaan. Wells zegt: wij zijn die Barmhartige Samaritaan niet. Hoe graag we dat ook zouden willen. Nee, wij liggen in de goot. Wij zijn de behoeftigen. Wij verlangen naar diepe, betekenisvolle relaties, naar vergeving, naar verzoening, naar eeuwig leven. Jezus vertelt geen moralistische verhalen die ons aanmoedigen om een betere versie van onszelf te worden.’  

Jezus is de Barmhartige Samaritaan, zegt u. Wij niet. Hij is de verachte, afgewezene, veroordeelde, gekruisigde, die ons redt. Maar toch is het daarmee voor u niet klaar. Verre van dat.  

“Nee. Want als we blijven bij wat Jezus 2000 jaar geleden voor ons deed, dan komen we terecht bij een goede-dingen-doen-voor-anderenbeeld van Jezus. En ik heb een probleem met Jezus zien als de door God gezondene die dingen voor je doet. Want dat is de Jezus zien zoals wij onszelf graag zien: als iemand die goede-dingen-doet-voor-anderen. Het gaat mij om Jezus ontmoeten, hier en nu. Om een Jezus die ons tegemoet treedt en redt in die medemens van wie wij – net als Israëlieten van Samaritanen – in de verste verte niet verwachten dat hij of zij ons zou kunnen helpen, bemoedigen, veranderen, bevrijden.”

Waarom is Jezus als Diegene die goede dingen doet voor ons niet voldoende? 

“Dat is een Jezus door wie wij in God geloven om wat Hij ons in Christus kan géven. Maar dat is eerder God ‘gebruiken’ dan God ‘genieten’. God wil veel meer voor ons zijn dan iemand die ons dingen geeft. Hij wil werkelijk mét ons zijn. Zijn-met is meer wezenlijk voor God dan doen-vóór. Ik heb dit punt wel eens uitgelegd aan de hand van het volgende gebed: ‘If I love Thee for hope of heaven, than deny me heaven. If I love Thee for fear of hell, than give me hell. But If I love Thee for Thyself, than give me Thyself alone.’ God wil dat wij Hem liefhebben om Hemzelf. En niet om ergens aan te ontsnappen of om ergens mee beloond te worden. Daarom geloof ik uiteindelijk ook niet in zoiets als een eeuwige hel. Want hoe past een eeuwige hel bij een God die koste wat kost met ons wil zijn? De kritiek die ik krijg is dat ik op deze manier de basis voor evangelisatie wegneem. Want we willen mensen toch behoeden voor eeuwige verlorenheid? En de weg daarnaar toe is toch het aanvaarden van wat God voor ons doet in Jezus Christus? Maar is dat werkelijk het hele evangelie? Ik denk dat Jezus iets beters voor ons heeft: zijn met ons, nu, en altijd. Er is niets in het evangelie dat zich niet laat samenvatten in dat ene woord met.

De Reformatie die we dit jaar nadrukkelijk herdenken, heeft sterk de nadruk gelegd op rechtvaardiging door het geloof alleen. Heeft dat een eenzijdige nadruk gelegd op wat God voor ons doet in Christus, en is daardoor het leven mét God ongewild buiten beeld raakt?

“Wat ik bedoel leg ik graag uit aan de hand van een gesprek over de hemel, als het doel van onze verlossing. Ik vraag mensen dan: waarom wil je naar de hemel? Mensen zeggen dan meestal zoiets als: ik ben sterfelijk, maar ik wil niet verdwijnen in eeuwige vergetelheid, of naar de hel gaan. Dus wat de hemel ook is, dat wil ik. En wat ga je dan doen in de hemel? De hemel kan niet het eeuwig voortzetten zijn van een leven dat bestaat uit problemen oplossen. Want in de hemel hoeven we geen problemen op te lossen. Maar wat dan wel? Als er geen crises zijn die wij als professionals hoeven oplossen, wat gaan we dan doen? In de hemel gaat het om zijn, niet om doen. En in dat zijn-met-anderen mogen wij in diepe, duurzame relaties de oneindige overvloed aan gaven in de ander ontdekken. En omgekeerd mogen we anderen datzelfde in ons laten ontdekken. Genieten van de ander zoals hij of zij is. Zoals je kunt genieten van de ander op wie je verliefd bent. Dat is de hemel. Met God in het middelpunt daarvan. Maar, als dat de hemel is, waarom beginnen we daar dan nu al niet aan?  Met andere woorden: alles loopt uit op zijn-met. Dit zijn-met is dus ten diepste een eschatologisch begrip. Zijn-met-God en met elkaar, dat is wat we mogen doen in eeuwigheid. Als dat het uiteindelijk doel is, waarom mag dat ons zijn hier en nu niet al bepalen?”   

U zegt: geloven als zijn-met-God, en zijn-met-anderen vraagt niet minder dan een bekering. Hoe ziet deze bekering er uit? 

“Het begint met het ontdekken van je eigen nood. Het begint met nederigheid. Vaak ontdekken we onze nood als we het sterven van een geliefde meemaken. Of als we nadrukkelijk met onze eigen sterfelijkheid worden geconfronteerd. Dan hebben we het gevoel veel, alles te verliezen. Maar het geheim van het leven is die dingen te ontdekken die de dood niet weg kan nemen. Als mensen bij mij als predikant aankloppen in een crisismoment, wijs ik op drie manieren van bidden, als een manier van omgaan met een crisis. De eerste manier van bidden noem ik bidden om opstanding. Dat betekent dat je vraagt: Heer, laat mijn vader die gestorven is er toch weer zijn. Dat wil zeggen, een gebed dat mikt op het terugdraaien van de omstandigheden. Een tweede manier van bidden is: Heer, wees bij mij in deze moeilijke tijd. Maar er is ook een derde manier van bidden. Dat noem ik het gebed van transfiguratie, van verheerlijking. Zo’n gebed zou als volgt kunnen luiden: Heer, laat deze moeilijke tijd de belangrijkste tijd van mijn leven zijn. Ik heb deze moeilijke omstandigheden niet gewild. Maar laat mij dan nu, hier doorheen, komen tot een waarachtig verstaan van mijzelf, van het leven, van wat liefde is, en wie U bent. Een verstaan dat ik niet had ontvangen, als ik niet in deze crisis terecht was gekomen. Het zou moeten gaan om deze derde manier van bidden: God vragen om door een crisis heen nieuwe diepe waarheden te ontdekken. Ik denk dat we zo niet alleen in gesprek met God, maar in elk gesprek mogen omgaan met onze crises.” 

Hoe bedoelt u dat? 

“Toen ik werkte aan Duke University voerde ik regelmatig eenmalige pastorale gesprekken. Dat had te maken met de manier waarop mijn rol daar was georganiseerd. Ik had dan vaak maar één uur met mensen. Meestal zei ik dan: laten we onze smalltalk over het weer overslaan. We gaan gelijk naar de kern. En waarom ook niet? Waarom zou dit gesprek niet het belangrijkste gesprek van je leven kunnen zijn? Ik ben er klaar voor. Jij misschien niet, maar ik wel. Het dragen van een boordje is voor mij de samenvatting en belichaming van deze benadering van een pastoraal gesprek. Met dat boordje zeg ik: ik vertrouw erop dat de Heilige Geest zichzelf zal openbaren in dit gesprek. Laten we wachten op Hem. Op wat Hij ons kan laten zien in dit gesprek. Daar houd ik je nu dit uur aan.” 

Dat klinkt als: de verandering is nú. 

“Ja, maar ik zou het niet verandering, transformatie noemen, maar transfiguratie. Want transfiguratie betekent niet dat er dingen worden opgelost, of veranderd, maar dat er een totaal nieuw licht valt op je leven. Zodat je de dingen – ook een crisis – in een heel nieuw perspectief gaat zien.”

U benadrukt de cruciale rol die de kwetsbare, in onze ogen zwakke, weerloze ander, kan spelen in dit proces. 

“De bevrijdingstheoloog Gustavo Gutiérrez zegt hierover: ‘Elke dakloze, elke kwetsbare medemens heeft voor jou het lot uit de loterij in handen dat jou zal bevrijden. Je weet niet wie dat is, maar ga er maar vanuit dat je in hen Jezus zult ontmoeten. En omdat je niet weet in wie van hen, ontmoet er maar veel.’ Toen ik net was begonnen in Londen heb ik tijd doorgebracht met daklozen. Zo ontmoette ik een Algerijn die al 20 jaar zonder status in Engeland verbleef. Hij liet mij zijn wereld zien: alle handige plekken die je moet kennen als een dakloze. Om een uur of elf maakten we ons bed op straat gereed. Hij keek me aan en vroeg: waarom doe je dit? Waarom slaap je hierbuiten, naast mij? Ik zei: in mijn geloof wordt me verteld dat ik Jezus kan ontmoeten in mensen zoals jij. Dus daarom slaap ik hier vannacht naast jou. Want ik wil Jezus ontmoeten. Maar, ik ben een moslim, zei hij. Ik antwoordde: dat laat zien dat God gevoel voor humor heeft.”

Samuel Wells (1965) is predikant in de Anglicaanse kerk, en sinds 2012 verbonden aan de kerk van St. Martin-in-the-Fields. Als predikant werkte hij meer dan 14 jaar in sociaaleconomisch achtergebleven gebieden. Van 2005-2012 was hij decaan van de universiteitskerk van Duke University, in North Carolina, VS. Wells heeft meer dan 25 boeken gepubliceerd. Hij schrijft veel over ethiek, geloof en kerk. In Engeland is hij regelmatig te beluisteren bij de BBC. In 2016 verscheen van hem How Then Shall We Live. Christian Engagement with Contemporary Issues, waarin hij creatief ingaat op diverse hedendaagse kwesties als religieus extremisme, migratie, seksuele identiteit en dementie. 

Arie de Fijter (1978) is gemeentepredikant in de PKN-gemeenten van Goudriaan en Ottoland. Eerder was hij als predikant in algemene dienst verbonden aan het studentenpastoraat in Maastricht. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *