Overheden en bedrijven weten ongekend veel over ons. Schrijver Reinier Sonneveld maakt zich grote zorgen: de macht centraliseert zich en gewone burgers worden steeds kwetsbaarder. ‘Alleen God kan met zoveel kennis omgaan.’

tekst Reinier Sonneveld

Het debat over privacy is weer opgelaaid. Deze zomer kende enkele ongekende hacks en minister Plasterk bracht een wetsvoorstel naar buiten: de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV). Daarmee mogen de AIVD en MIVD de communicatie van alle Nederlandse burgers bespieden: al ons telefoonverkeer, e-mails, documenten, enzovoorts, zonder dat je ergens van wordt verdacht. De gegevens worden drie jaar bewaard en internationaal gedeeld. Ook kunnen deze diensten dan vrijelijk gaan hacken en bijvoorbeeld op afstand camera’s en microfoons in je apparatuur activeren. Het is een nieuwe stap in onze almaar krimpende privacy. En dat is een drama. Maar eerst enkele cijfers. Hoe staat het er nu voor? Hoeveel weten ‘ze’ van ons?

De feiten

Eenderde van de computers is besmet, vooral met zogeheten Trojaanse paarden: ondanks alle antivirusprogramma’s kunnen vreemden bijna een kwart van alle computers op afstand overnemen. Dit is het kleine leed, de grote hacks kennen we allemaal. De cyberaanval op Sony, waarbij gevoelige interne mails werden gestolen om de filmmaatschappij te chanteren. Enkele maanden daarna werden de backgroundchecks van alle Amerikaanse overheidsmedewerkers (21,5 miljoen personen) ontvreemd. En onlangs lekte het complete klantenbestand (37 miljoen personen) van de vreemdgangerswebsite Ashley Madison.

Op het spel staat niet je geheim, maar je autonomie

Nog veel massaler zijn de privacyschendingen door niet-criminele organisaties: Facebook en Google zetten ongevraagd cookies op je harde schijf waarmee ze nauwkeurig je internetgedrag volgen. Zo kunnen ze beter hun advertenties op je afstemmen. Daarom werd je, toen je ooit zocht op een of andere vakantiebestemming, de weken erna ‘toevallig’ gebombardeerd met aanbiedingen voor vluchten naar precies die bestemming. Veel experts stellen dat als je eenmaal op Facebook en Google bent geweest, zij vanaf dan de meeste sites kennen waarop je komt. Het verst gaan de nationale veiligheidsdiensten. Sinds het lekken van hun medewerker Edward Snowden weten we dat de Amerikaanse geheime dienst NSA een kopie bezit van vrijwel al ons internetverkeer (zie ook mijn column op pagina 45). Wat minister Plasterk met zijn wetsvoorstel beoogt, deden de Amerikanen dus reeds jaren, ook in ons land.

Kring van intimi

Het is duizelingwekkend, maar ik merk dat de meeste Nederlanders gelaten blijven. Want is het wel zo’n groot probleem? Moet je er wel tegen zijn; het is toch ook voor ons eigen bestwil? Als je gewoon netjes leeft, heb je toch niets te verbergen?

Op het spel staat echter niet je geheim, maar je autonomie. Elke vorm van privacy biedt je een zekere controle en elk detail wat je daarvan inlevert, geeft die controle aan een ander. We vertellen daarom wel collega’s, familieleden, vrienden vrijwillig onze twijfels, onze angsten, onze rarigheden, maar hoe verder iemand bij ons vandaan staat, hoe minder we van onze ziel prijsgeven. Soms kunnen we ons hart uitstorten bij een willekeurige taxichauffeur, maar alleen omdat onze wegen toch niet meer kruisen. Aan de caissière van onze supermarkt vertellen we nooit wat ons salaris is, waar we aan twijfelen, op wie we verliefd zijn.

Waarom zijn we eigenlijk zo zuinig met het vertellen van intieme details? We hebben er alle gelegenheid toe: iedereen ziet dagelijks genoeg onbekenden. We kunnen echter niet inschatten wat zij met onze gevoelige informatie zullen doen. Dat kassameisje kan je verhaal zomaar op Facebook zetten, met een fijn kiekje erbij, ‘getagt’ en al. De buurman kan plotseling om geld gaan bedelen als hij je salaris hoort. Iedereen is wel eens het slachtoffer van nare roddels geweest. Dat is een onderliggende reden dat we een kring van intimi opbouwen: we hebben ze in een langdurig spel van toenemende nadering, met het bieden en ontvangen van persoonlijke details, leren vertrouwen. Zo hebben we in feite veel macht uitgewisseld. Want kennis is macht. Onze intimi kúnnen bij ons gaan bedelen om geld, gênante foto’s op Facebook zetten en de ergste roddels over ons verspreiden – maar we weten dat ze het niet doen. We zijn erop gaan vertrouwen dat ze hun macht over ons goed gebruiken. Alle informatie die we aan anderen geven, maakt ons kwetsbaar – het biedt die ander talloze nieuwe mogelijkheden tot handelen met ons. Het is terecht dat we alleen bij onze intimi zo kwetsbaar durven te zijn.

Een ongevraagde ‘vriend’

Het probleem is dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, hackers en grote internetbedrijven zich een mate van kennis over ons hebben toegeëigend die we voorheen alleen aan onze beste vrienden en geliefden gunden. En dan bedoel ik niet eventuele duistere geheimen, maar alle soorten informatie over ons. Grote anonieme organisaties hebben daarmee tegenwoordig een mate van macht over ons die eerder alleen onze intimi over ons hadden – die we zorgvuldig zélf kozen.

En dat doet iets met je. Het is alsof je er ongevraagd een wildvreemde vriend bij krijgt, die je overal volgt en die bij elk gesprek zit, alles hoort en zelf niets zegt… Je weet niet wat hij met je gesprekken doet en aan wie hij wat doorgeeft. Zo’n ‘vriend’ zal je gedrag enorm beïnvloeden. In een radio-interview vergeleek Julian Assange, de oprichter van Wikileaks, dat effect onlangs met een naargeestige religieuze opvoeding: “Deze alwetendheid [van de diensten] levert hetzelfde op als [de alwetende God van] het christendom. Ook deze God ziet elke stap. Sommige mensen werden als kind constant achtervolgd door de angst een kleine zonde te doen en naar de hel te moeten. Het domineerde hun leven en hun gedrag.”

Als alles wat je zegt wordt geregistreerd door die ‘vriend’ – of slechts alles wat je op internet mailt en opslaat – en je weet niet wat hij ermee gaat doen, zul je je gaan inhouden. De vrijheid die je normaliter bij vrienden ervaart, kun je minder uiten. Onbewust zul je je gaan gedragen alsof je overal op een podium staat, alsof je mails een soort publieke toespraken zijn en je gedrag een performance. Je zult overal de veilige middenweg kiezen en steeds politiek correcter worden om maar niemand tegen het hoofd te stoten (zie ook het kader).

De veiligheidsparadox

Uiteindelijk wordt de wereld hier minder veilig van. Hét argument voor privacyschendingen is telkens dat we daarmee terrorisme voorkomen. En dat klopt ook, maar we stuiten inmiddels op de veiligheidsparadox: er is zoiets als té veilig, een punt waarop de maatregelen de situatie juist onveiliger maken, waarop ons harnas ons verstikt. Dat bleek bijvoorbeeld toen dit voorjaar co-piloot Andreas Lubitz zijn zelfmoordaanslag pleegde. Dat lukte hem niet ondanks maar dankzij de veiligheidsmaatregelen. Na 11 september kwamen er in alle vliegtuigen wereldwijd nieuwe deuren die niet van buiten waren te openen. Dit om mogelijke kapers te weren, maar Lubitz wist daarmee ook zijn collega buiten te houden en zo het toestel te laten neerstorten.

Deze veiligheidsparadox zagen we ook rond de recente hack bij de Amerikaanse overheid. Die 21,5 miljoen gestolen backgroundchecks waren juist bedoeld om de overheid te beschermen tegen spionnen. Maar in de verkeerde handen wordt dit verdedigingswapen een ongekend aanvalswapen. De nieuwe (waarschijnlijk Chinese) eigenaar weet nu precies welke miljoenen overheidsmedewerkers chantabel zijn. Onze privacy zorgt ervoor dat de macht verspreid blijft. Dat geeft een natuurlijke vertraging aan destructieve processen. Als er een soort Hitler aan de macht komt bijvoorbeeld, kunnen we daardoor nog enigszins verzet plegen. Daarom zijn democratieën zo succesvol: ze decentraliseren de macht en vertragen zo onderdrukkende wetgeving. De huidige privacyschendingen centraliseren echter macht. Dat ene databestand met 21,5 miljoen backgroundchecks, dat waren vroeger talloze kaartenbakken verspreid over heel Amerika. Toen die ‘handig’ werden gecentraliseerd, konden inderdaad enkele rondreizende spionnen worden herkend – maar ook alle 21,5 miljoen dossiers tegelijk worden gestolen.

Macht verspreiden

De geschiedenis is grillig. Precies daarom moeten we macht niet centraliseren, maar verspreiden. De enorme databestanden zijn in wezen een nieuw soort wapens waarin een gigantische destructieve werking schuilt. Simpel gezegd: je moet er niet aan denken dat de Russen ooit Google hacken of de Chinezen de NSA. Dat lijkt allemaal ver weg, maar die hack van 21,5 miljoen dossiers zit er gevaarlijk dichtbij. De huidige privacyschendingen, ook de nieuwe wet van Plasterk, zijn hopeloos naïef en maken de wereld minder veilig. Ze geven te veel macht in te weinig handen. Onze privacy breekt die macht. Daarom is privacy een noodzakelijke voorwaarde voor veiligheid, vrijheid en democratie. Het is levensgevaarlijk als niet-goden voor god gaan spelen. Alleen een echte God kan met zoveel kennis omgaan.

 

7 redenen waarom ‘ze’ niet alles van je mogen weten

Hét argument waarom gewone burgers toestaan dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten hun internetverkeer scannen, is dat ze menen aan de goede kant te staan en er daarom niets van te merken. ‘Ze mogen alles van me weten, want ik heb toch niets te verbergen’, klinkt het dan. Zeven redenen waarom dat argument faalt.

1. Privacy bepaalt je persoonlijkheid

We verbergen voortdurend elementen in ons leven. We kleden ons. Doen de deur op slot. Hebben een wachtwoord op onze computer. Kennen alleen zelf onze eigen pincode. Doen de gordijnen dicht als we gaan slapen. Kort gezegd, we bepalen enigszins zelf wie wat wanneer van ons weet. Als iedereen overal alles van ons kan weten, hebben we geen enkele autonomie meer – hebben we dan nog wel een persoonlijkheid? Want juist dat filter, de manier waarop we onszelf prijsgeven aan de wereld, bepaalt ons karakter.

2. Je kunt niet met alle gevoeligheden rekening houden

Als alles wat je zegt en doet publiek kan worden, sta je altijd op een podium. Je kent echter niet de mogelijke gevoeligheden van je toehoorders en zult daarom steeds meer de veilige weg kiezen. Stel je voor dat je op lange tenen trapt… Je uitingen zullen dan al snel net zo gladjes worden als toespraken van politici of bn’ers. De outlaws worden de mensen die eerlijk zijn. Meer privacy beperkt niet onze eerlijkheid, maar bevordert die juist.

3. Onaffe gedachten zijn nodig

Ook in een ander opzicht zullen we onszelf gaan censureren. Veel intieme gesprekken gebruiken we namelijk om onze gedachten te ontwikkelen. Dat betekent dat we ook ‘rare’ dingen kunnen overleggen, ideeën waar we nog niet over uit zijn. Hoe meer onze privacy verdwijnt, hoe minder we zullen durven experimenteren met gedachtes. We zullen op onze hoede zijn en alleen afgeronde en veilige ideeën uiten.

4. Een privacy-elite is gevaarlijk

Facebook scant wel ons internetgedrag, wij niet die van topman Mark Zuckerberg. Google leest wel onze mails, wij niet die van directeur Larry Page. Er ontstaat momenteel een privacy-elite van mensen die handig de controles weten te bespelen. Dat schept een schijnveiligheid, omdat de overheden dénken alles te controleren, maar intussen een kleine elite hun gang laat gaan, die onevenredig veel van anderen weet (en bovendien niet democratisch gekozen).

5. Privacy dempt uitwassen

Privacyschendingen centraliseren kennis en daarmee macht. Zo’n klantenbestand van 37 miljoen Ashley Madison-gebruikers geeft enkele hackers immens veel invloed: ze kunnen duizenden huwelijken laten stranden, waartoe voorheen nog nooit een individu in staat was. Meer privacy verspreidt de kennis en daarmee de macht. Uiteindelijk dempt dat uitwassen. Macht kan nog wel misbruikt worden – je kunt altijd nog het huwelijk van je buurman verknallen – maar op minder grote schaal.

6. Je weet niet wat fout is

Wie zeggen dat ze ‘toch niets verkeerds doen’, bluffen. Er zijn alleen al in Nederland meer dan 10.000 wetten, die je nooit allemaal kunt kennen en je weet niet waar de diensten op zoeken. Bovendien scannen ook buitenlandse diensten je internetgedrag, waaronder die van zwakke staten, en met hun corrupte wetgevingen kun je al helemaal geen rekening houden. Wie weet waar je op gepakt wordt als je daar op vakantie bent?

7. Overheden en bedrijven zijn niet te vertrouwen

Overheden maken fouten. Ze kunnen je voor iemand anders aanzien of hun big data verkeerd interpreteren. In een functionerend rechtssysteem is dat overkomelijk, maar de informatie uit massasurveillance belandt ook bij minder gezonde overheidsdiensten die heel andere belangen hebben. Je kent bovendien de toekomstige overheden niet. Wie wil over tien jaar opgepakt worden door een nieuwe Geert Wilders, omdat je vandaag een chagrijnige mail over hem verstuurd hebt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *