Jossy Chacko wint India voor het evangelie

Als het aan de Indiase evangelist Jossy Chacko ligt, telt zijn overwegend hindoeïstische thuisland vóór 2030 ten minste honderdduizend nieuwe kerken. De teller staat inmiddels bijna op twintigduizend. Eind vorig jaar reisde Chacko door Europa, om ook westerse christenen te bemoedigen. “Geloven jullie dat God in het dal van de dorre doodsbeenderen nieuw leven kan brengen?”

tekst Marjon van Dalen

Eind 2015 sprak de evangelist op bijeenkomsten in Londen, Parijs en Bazel voor een gehoor van honderden voorgangers uit verschillende Europese kerken. Of de aanwezigen nog wel geloofden dat God zijn leven in volheid zou kunnen uitstorten, was zijn indringende vraag.

“Dit jaar is het aantal kerken al met 18.931 gegroeid”

Niet alleen een indringende, maar ook een terechte vraag, als je ‘m benadert vanuit het perspectief van Chacko zelf. Het gaat hem aan het hart dat de kerken in Europa leeglopen, zegt hij, terwijl ze in Azië juist groeien als kool. “Een halve eeuw geleden was 70 procent van de christenen wit en afkomstig uit het Westen, vandaag is dat nog 30 procent. Wij zitten in een omgekeerde beweging.”

Chacko staat nu aan het hoofd van Empart, een stormachtige vernieuwingsbeweging die zich ten doel stelt in India binnen vijftien jaar 100.000 nieuwe kerken te planten. Op dit moment is slechts 2,5 procent van alle Indiërs christen.

Toen hij in 1998 eens op het dak van een huis naar de sterren zat te kijken, ergens in het noorden van India, ervoer hij een roep van God, vertelt hij. “Mijn landgenoten moesten het evangelie horen! Zoveel sterren er aan de hemel stonden, zoveel kerken wilde ik planten. Ik heb een groep van vijf mensen om me heen verzameld, we zijn gaan bidden en zochten naar wegen om samen deze visie in de praktijk te brengen. Dit jaar is het aantal kerken al met 18.931 gegroeid.”

Bijbelse tijden

Op het platteland van India lijken bijbelse tijden te herleven, vertelt de evangelist. “Als het evangelie doorbreekt in hindoeïstische plattelandsgemeenschappen, gaat dat vaak gepaard met wonderen.” Hij verhaalt uitvoerig over een jonge Indiase evangelist van Empart, die in een klein plaatsje in de provincie Maharastra zeven jaar lang het woord van God had verkondigd zonder vruchten op zijn werk te zien. Toen op zeker ogenblik het dorpshoofd ernstig ziek werd, sloofde de lokale bevolking zich met allerlei rituelen uit om de hindoegoden gunstig te stemmen. De langverwachte genezing bleef uit, ondanks alle gebrachte offers. Als laatste redmiddel werd de evangelist ingeschakeld. ‘Jij zegt toch dat jullie een sterke God hebben’, daagden de dorpelingen hem uit, ‘bewijs het nu maar eens.’

“Ik vind het bijzonder dat voorgangers in Europa eerst een universitaire graad moeten halen voordat ze het woord van God mogen verkondigen”

Hij kreeg de uitnodiging om bij het huis van het dorpshoofd te komen bidden voor zijn genezing. Aanvankelijk was de evangelist verlegen met het verzoek, en hij voelde dat er een grote druk op hem werd gelegd. Wat als de man niet zou genezen? Moest hij wel op het verzoek ingaan? Toen uiteindelijk zijn eigen vrouw hem wist te overtuigen gehoor te geven aan het verzoek, vertrok hij met lood in z’n schoenen de volgende dag naar het huis van de dorpsoudste. Hij was zich ervan bewust dat alle ogen van de dorpsgemeenschap op hem zouden zijn gericht.

Toen hij de zieke ontmoette, schrok hij. De man leek op sterven na dood. Hij sprak zijn gebed uit en er gebeurde niks. De evangelist ging naar huis. De volgende ochtend om vijf uur werd er op zijn deur gebonsd. Hij schrok. Een groep dorpelingen stond voor de deur. Aan welke God had hij zijn gebed gericht? De dorpsoudste wilde het graag weten!

De evangelist werd meegenomen om tot zijn verbazing te ontdekken dat de dorpsoudste die nacht voor het eerst sinds lange tijd had gegeten en iets leek op te knappen. Tijdens zijn ziekbed had hij de afgelopen maanden nauwelijks gegeten en slechts kleine beetjes gedronken. Het hele dorp was er al van overtuigd dat de man niet lang meer te leven had, maar tot grote verbijstering van de hele dorpsgemeenschap herstelde hij in een paar dagen tijd volledig.

Na zijn genezing kwam de dorpsoudste tot geloof omdat hij er vast van overtuigd was dat het gebed tot ‘de onbekende God’ zijn leven had gered. Hij deed afstand van zijn rol als dorpsoudste, om zich voortaan volledig te kunnen wijden aan de verkondiging van het evangelie. Inmiddels is de hele stam van deze dorpsoudste tot geloof gekomen en zijn vanuit deze groep inmiddels al meer dan 24 evangelisten uitgezonden naar aangrenzende provincies in India.

Wonderen

Het is slechts een van de vele voorbeelden van tekenen en wonderen in de jonge Indiase kerk. Hoe verklaart Chacko die eigenlijk? Westerse christenen stellen hem er vaak kritische vragen over, zegt hij. Maar voor hem is er geen twijfel: tekenen en wonderen zijn een bijbels gegeven. “Kijk maar naar de tijd van Handelingen, toen veel nieuwe gemeentes ontstonden. Ik denk dat wij in een vergelijkbare situatie opereren. Ik zie in de praktijk dat er van die wonderen een enorme kracht uitgaat, die de weg baant voor het evangelie.”

“We kunnen professor of dominee zijn, maar als we dood zijn, gaan we allemaal in een houten kist.”

De evangelisten uit het Empart-netwerk van Chacko richten zich doelbewust op het noorden van India. “Wij noemen het de cow-belt, de koeienriem, gebieden die volledig worden gedomineerd door het hindoeïsme en waar het percentage christenen lager is dan 1 procent. We richten ons bewust op die plaatsen waar het evangelie nog nooit eerder te horen was.”

Universitaire graad

Op zijn reis door Europa observeert Chacko grote verschillen tussen Indiase en westerse kerken. “Onze kerk groeit van onderaf, terwijl de kerk in het Westen vanuit haar historie veel meer is verweven met de wereld van de elite en van de universiteiten. Ik vind het bijzonder dat voorgangers in Europa eerst een universitaire graad moeten halen voordat ze het woord van God in de gemeente mogen verkondigen. Onze kerk is een beweging van gewone mensen, het zijn de armen en de boeren van India die en masse tot geloof komen.”

De voornaamste kerkgroei op dit moment vindt plaats op het platteland. “Gewone Indiërs ervaren aan den lijve, soms heel letterlijk, dat het evangelie kracht heeft. Ze zijn erdoor gegrepen, er gaat een enorme energie vanuit. Veel nieuwe bekeerlingen hebben een groot gevoel van urgentie om ook in het volgende dorp het evangelie te brengen. We moeten vaker mensen afremmen dan aanmoedigen.”

Vasten voor Europa

Een aantal jaar geleden kwam een groep Europese christenen bij Chacko op bezoek in India. “Een van onze Indiase voorgangers was tot tranen toe geroerd toen hij hoorde dat de kerkgang in Europa hard terugloopt. Hij heeft toen het initiatief genomen om samen met een groep Indiase voorgangers elke vrijdag te vasten en bidden voor de kerk in Europa. Tot op de dag van vandaag doen we dat iedere week. Wij willen de kerk in Europa bemoedigen.”

Ook wil hij op zijn tour door Europa graag van voorgangers horen welke fouten zij hebben gemaakt in de historie, zegt hij. “Dan hoeven wij die niet opnieuw te maken in onze kerk in India.”

Houten kist

Chacko vertelt dat hij de nieuwe gelovigen op het hart drukt dat ze “geestelijke zonen en dochters mogen maken”. “We kunnen professor of dominee zijn, maar als we dood zijn, gaan we allemaal in een houten kist. Wat onze status ook was, we kunnen nog niet eens bepalen wat voor blouse we aantrekken in die kist. Anderen zullen dat voor ons moeten doen. Het gaat erom of we geïnvesteerd hebben in geestelijke zonen en dochters, die zullen ons geloof verder dragen de volgende generatie in. Niet onze titels en verworvenheden. Ik krijg hier soms het gevoel dat de westerse kerk een orphaned spirit heeft: het lijkt wel of hier vooral geïnvesteerd wordt in universitaire studie. Maar daarmee creëer je geen discipelen. Een voorganger moet tijd spenderen met zijn volgelingen!”

Iedere nieuwe gelovige op het platteland in India die evangelist wil worden, brengt eerst een jaar door in het huis van de dominee. Op die manier kan de voorganger onderricht geven. “Maar wat we vooral heel belangrijk vinden, is dat de nieuwe christenen ook zien hoe de dominee met zijn vrouw omgaat en met zijn kinderen, hoeveel tijd hij doorbrengt met zijn gezin, of hoe hij ruzie maakt en het weer oplost. Een voorganger moet zijn hele leven delen met zijn volgelingen, niet alleen zijn kennis of zijn visie.”

De meeste voorgangers hebben ongeveer tien ‘volgelingen’ in hun kerngroep die bij hem thuis wonen, legt Chacko uit. “Na een jaar gaan ze er zelf op uit. Het is onze visie dat alle facetten van hun leven moeten zijn gevormd door een geestelijke vader. De kerk gaat niet ten onder door een gebrek aan kennis, maar door een gebrek aan karakter.”

Fulltime evangelist

Jossy Chacko (45) werd geboren en groeide op in het zuiden van India. Ruim twintig jaar geleden maakte hij de keuze om full-time het evangelie te verkondigen aan zijn landgenoten. Na de ontmoeting met een straatjochie in New Delhi besloot hij zijn leven radicaal over een andere boeg te gooien. Chacko staat nu aan het hoofd van vernieuwingsbeweging Empart die zich ten doel stelt om bij onbereikte bevolkingsgroepen in India het evangelie te brengen. Het overwegend hindoeïstische India telt een bevolking van 1,3 miljard inwoners. Van hen is 80,5% hindoe, 13,4% moslim, 2,5% christen en 1,9% aanhanger van het sikhisme. Meer informatie: empart.org.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *