Ik ben mezelf niet, of al die jaren nooit geweest. Met die licht poëtische woorden bestormden Acda en De Munnik in 1998 de Nederlandse hitlijsten. Dat kleine zinnetje raakt aan een onbestemd gevoel dat ieder mens van tijd tot tijd wel kent. Een gevoel van vervreemding. Wie ben ik eigenlijk? Ik hoorde die woorden voor het eerst midden in mijn tienertijd. Dan raakt het sowieso, zoekend als je bent naar je plek in deze wereld. Maar inmiddels ben ik de veertig gepasseerd en nog steeds besluipt me af en toe een unheimisch gevoel. Ik kan over mezelf het nodige benoemen: de relatie die ik kreeg, het gezin dat we samen mochten vormen met onze dochters, de plek die we ons thuis zijn gaan noemen. Het werk dat ik doe, de kleding die ik draag, de films die ik kijk, de fietsritjes die ik maak. Ze vormen puzzelstukjes van mijn identiteit. Zet ze op een rijtje en mensen zullen daar Jaap-Harm de Jong in herkennen. Maar de vraag blijft zich opdringen: is dat echt wie ik ben? Zit er achter al dat uiterlijk vertoon niet nog een diepere kern? Een essentie die anderen niet zien? Een zijn, ten diepste, waar ik zelf niet eens de vinger op kan leggen?

Het lijkt onvermijdelijk in die richting te denken na het kijken van de Oostenrijkse film Peacock. Het is de zwart-komische debuutfilm van Bernhard Wenger. Het verhaal draait om Matthias (een voortreffelijke rol van de Duitse acteur Albrecht Schuch), een uiterst innemende en voorkomende dertiger. Je kunt hem inhuren voor, ja eigenlijk van alles. Als vader die piloot is bijvoorbeeld, zodat ‘zi..