‘Ik was in Irak op het hoogtepunt van de Amerikaanse bezetting, in Sri Lanka tijdens de campagne om de Tamils te verpletteren, in Birma bij de militaire actie tegen de islamitische minderheid van de Rohingya, in Oost-Timor en Atjeh onder de Indonesiërs, in door de Taliban gecontroleerde gebieden in Afghanistan. Maar nergens zag ik een volk dat zo systematisch onderdrukt en geïsoleerd wordt als de Papoea’s door de Indonesische militairen en veiligheidsdiensten.’

Het onthutsende citaat komt van de Australische journalist John Martinkus. Martinkus schreef een boek – The Road: Uprising in West Papua – over zijn ervaringen. Ik leg zijn dramatische conclusie voor aan Peter Prove, directeur van de internationale commissie van de World Council of Churches (WCC) in Genève. Prove houdt zich al decennia bezig met de situatie in West-Papoea. ‘West-Papoea is een van de meest gemilitariseerde en door veiligheidstroepen overstroomde landen ter wereld, inclusief een toenemende schending van mensenrechten’, beaamt hij. ‘Ik ben niet optimistisch over de toekomst van de Papoea’s. De situatie wordt alleen nog maar erger.’
De Wereldraad is een van de in Genève gevestigde organisaties die zich inzetten voor de Papoea’s. Tijdens mijn bezoek aan de stad met zijn vele onderafdelingen van de Verenigde Naties, bereidt Prove zich juist voor op een door de WCC belegde samenkomst over mensenrechten in West-Papoea. Steun voor de conferentie komt van Franciscans International, Human Rights Forum, Amnesty International en Tapol. Er blijkt een mensenrechtenadvocaat uit West-Papoea te zijn overgekomen die zich bezighoudt met klachten van Papoea’s over landonteigening in verband met systematische Indonesische ontbossing (zie ook kader). Prove vertelt dat de conferentie ook zal worden bijgewoond door vertegenwoordigers van de Indonesische diplomatieke missie in Genève. Bewust onderhoudt de Wereldraad contact met Indonesische autoriteiten.
Vlak naast het gebouw waar de Wereldraad zijn kantoren heeft, bevindt zich het onderkomen van Geneva for Human Rights (GHR). De in 2003 in het leven geroepen organisatie heeft een speciaal Papua Human Rights Project opgezet. Topprioriteit daarin is de kwestie West-Papoea in Melanesisch perspectief te plaatsen. Want, zegt men, West-Papoea is geen Aziatisch land, maar etnisch en cultureel verbonden met andere landen in de Pacific. (Melanesië is de benaming van de eilandengroep waartoe West-Papoea wordt gerekend; onder andere de Salomonseilanden en Fiji behoren ertoe, red.)
Recht op zelfbeschikking
Ik word ontvangen door algemeen coördinator Nicolas Zoller, die naast vier andere talen ook nog eens Nederlands spreekt. Hij blijkt die taal te hebben geleerd van zijn vader Adrien-Claude, nestor van GHR, die enige tijd in Nederland woonde. De inmiddels vergrijsde senior heeft zich met wandelstok en vooral zijn decennialange ervaring met mensenrechten bij ons gevoegd.
Beiden stralen ambitie uit waar het de Papoea’s betreft. ‘Het lukt ons steeds meer West-Papoea op de internationale agenda te zetten’, zeggen ze. ‘Het zwijgen is doorbroken. We kunnen anderen ervan overtuigen dat het om veel meer gaat dan om een binnenlandse aangelegenheid van Indonesië. In het Internationale Verdrag over Burgerrechten en Politieke rechten uit 1966 wordt het recht op zelfbeschikking al in artikel 1 genoemd. Dat recht is de Papoea’s via een door Indonesië vervalste volksraadpleging onthouden.’
In New York hoorde ik Tim Keller eens preken over ‘de vrouw van wie niemand hield’. Die vrouw was Lea, dochter van Laban, echtgenote van aartsvader Jakob. Niemand hield van Lea. Laban niet. Via een koehandeltje met Jakob kwam hij af van zijn oudste, kennelijk niet aantrekkelijke dochter. Jakob ook niet. Hij hield meer van Rachel, de vrouw van zijn keuze. En Rachel ook al niet, want Lea kreeg wel kinderen en zij niet. Alleen God hield van Lea. Hij gaf haar Juda als zoon, voorouder van koning David en later van de Messias.
Wie houdt er van de Papoea’s? Indonesiërs niet. Amerikanen niet. Nederland niet. En God? Ik lees in de Bijbel dat Hij hart heeft voor achterblijvers, onderdrukten, mensen van wie niemand houdt. Daarin wil ik Hem volgen.
Met hulp van Vanuatu
Dat West-Papoea internationaal meer op de politieke agenda’s komt te staan, is vooral te danken aan de Papoea’s zelf. In 2017 verenigden verschillende vrijheidsbewegingen zich in de United Liberation Movement for West Papua (ULMWP). Leider werd de in de centrale hooglanden geboren Benny Wenda. Indonesische veiligheidstroepen hadden hem op basis van nooit bewezen beschuldigingen gearresteerd, waarna hem een gevangenisstraf van 25 jaar boven het hoofd hing. Maar Wenda ontsnapte en kreeg politiek asiel in het Verenigd Koninkrijk. In afwachting van de onafhankelijkheid benoemde een Papoea-congres in de hoofdstad Jayapura hem in 2020 tot interim-president van de Republiek West-Papoea.
Eenmaal in Engeland werd Wenda leider van de in 2004 door Papoea-activisten opgerichte Free West Papua Campaign, waarin de Nederlandse broers Ap (de kinderen van de vermoorde vrijheidsstrijder Arnold Ap, zie De Nieuwe Koers december 2024) actief zijn. De organisatie lobbyt bij buitenlandse regeringen. Wenda zelf ondernam in 2013 een Freedom Tour naar de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, Australië, Papoea-Nieuw-Guinea en Vanuatu.
Vanuatu… Ik meld me bij Elly Jonker-van Vliet, honorair council in Nederland voor Vanuatu. Het staatje in Oceanië ten noordoosten van Australië omvat zo’n tachtig eilanden. Meer dan driehonderdduizend inwoners heeft het niet. In 1980 werd de eilandengroep, die toen nog Nieuwe Hebriden heette, onafhankelijk van het door Frankrijk en Engeland gedeelde gezag.
Voor de Papoea’s is Vanuatu bijzonder omdat het het enige land is dat de ULMWP als vertegenwoordiging van de Papoea’s erkent. Jonker-van Vliet: ‘Vanuatu zelf is lange tijd een kolonie geweest en deed daarmee slechte ervaringen op. Vanuatu zag vervolgens welke ellende zich in West-Papoea voltrok. Dat greep de bevolking aan. Men beschouwde de Papoea’s als familie: etnisch, maar ook cultureel. De Papoea’s waren ook Melanesiërs. De eerste premier, Walter Linni, een anglicaanse priester, verklaarde dat ‘wij pas echt vrij zullen zijn als alle Melanesiërs vrij zijn’.’
Winst voor de Papoea’s is dat leden van de ULMWP kunnen worden opgenomen in afvaardigingen van Vanuatu naar internationale organisaties als de VN en het Pacific Islands Forum (PIF), waaraan ook grote landen als Australië en Nieuw-Zeeland deelnemen. Met hulp van Vanuatu slaagden de Papoea’s erin waarnemer te worden bij de Melanesian Spearhead Group, een politiek samenwerkingsverband waarin zich onder meer Papoea-Nieuw-Guinea, Fiji en de Salomonseilanden bevinden.
Elly Jonker-van Vliet constateert bij Vanuatu een accentverschuiving waar het de steun aan de Papoea’s betreft. ‘Legde Vanuatu tot voor kort veel nadruk op de noodzaak dat West-Papoea volledig los van Indonesië komt, het accent ligt nu meer op schending van mensenrechten en ontbossing.’ Tijdens de in september vorig jaar gehouden Algemene Vergadering van de VN riep premier Charlot S. Tabimasmas Indonesië op de Papoea’s meer autonomie te geven en meer stem in de besluitvorming. Het lobbywerk van de Papoea’s heeft inmiddels geleid tot de oprichting van een drietal internationale sympathiegroepen van parlementariërs, advocaten en academici.
Eind november was Benny Wenda in Nederland om samen met Alex Sobel, voorzitter van de Britse parlementsleden voor West-Papoea, en Tim Jansen, coördinator van de Internationale Juristen, Nederlandse parlementsleden bij te praten. Sinds de laatste verkiezingen in ons land zijn de verhoudingen in de Tweede Kamer immers sterk veranderd. PVV kwam met 37 zetels in de Kamer, NSC voor de eerste keer met 18 zetels. Kwam er daardoor meer parlementaire sympathie voor de Papoea’s? Ik zoek de buitenlandwoordvoerders van beide partijen op: Raymond de Roon van de PVV en Isa Kahraman van NSC.
Graag zou ik nog eens voor een derde keer naar West-Papoea gaan. Is het een ervaring die ik in 2017 tijdens mijn tweede bezoek opdeed die me er nog van weerhoudt? Ik wist natuurlijk al dat de Indonesische geheime dienst ons groepje zou gaan volgen. Het was dan ook geen grote verrassing dat de mij bevriende Chris Padwa ons bij aankomst in hotel Asana, het vroegere KLM-hotel in Biak, geen update over de situatie kon geven. Hij had in de lobby twee geheim agenten herkend.
Zo geheim waren die agenten overigens niet. Soms reden ze openlijk met een brommertje achter ons aan en maakten ze foto’s wanneer we ons op een vliegveld bevonden. Maar nee, mijn huiver komt eerder voort uit een waarschuwing die onze gids mij al snel gaf: ‘Beweeg je alsjeblieft niet los van de groep.‘
Vandaag de dag probeert men mij wat gerust te stellen: ‘Je kunt hoogstens onmiddellijk het land worden uitgezet.‘ Maar toch… De foto met de Morgenster (de vlag van West-Papoea, zie decembernummer) zal mijn positie er niet sterker op hebben gemaakt.
‘Een rotte appel’
Mijn ervaringen met de Nederlandse politiek zijn wat Papoea betreft intussen weinig bemoedigend. Bij alle excuses die Nederland aan vroeger gekoloniseerde volken deed, bleven die aan de Papoea’s achterwege. Toch denk ik dat ze daar alle reden toe hebben. Bijvoorbeeld voor het feit dat Nederland in 1962 met Indonesië over de Papoea’s onderhandelde, zonder dat zij deel waren van dat gesprek; dat zij niet protesteerden toen de uitkomsten van de volksraadpleging uit 1969, waarbij de Papoea’s zich mochten uitspreken over of zij de band met Indonesië wilden voortzetten, vervalst bleken; dat de belofte van premier De Quay in 1962, dat Nederland de Papoea’s niet zou vergeten, niet werd ingelost; en de weigering van regering en parlement om inhoudelijk te reageren op de vuistdikke studie van prof. P.J. Drooglever van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Deze studie was in 2000 aangevraagd door toenmalig minister Jozias van Aartsen. In 2006 weigerde opvolger Ben Bot het rapport zelfs maar in ontvangst te nemen. Pogingen om een parlementaire meerderheid over te halen het voor Indonesië uiterst kritische verslag in de Kamer te behandelen mislukten.
PVV-Kamerlid Raymond de Roon blijkt intussen uitstekend op de hoogte te zijn van wat zich rond West-Papoea heeft afgespeeld. De voormalig officier van justitie en advocaat-generaal is sinds 2006 lid van de Tweede Kamer. Hij zegt dat er met het niet behandelen van Drooglevers Een Daad van Vrije Keuze inderdaad nog ‘een rotte appel’ in de kast ligt. ‘Nederland heeft hier steken laten vallen. We wisten dat er in 1969 sprake was van een nep-volksraadpleging, maar deden er vervolgens niets mee.’ De Roon wil als zich een geschikt moment zou voordoen, best samen met traditionele sympathisanten van de Papoea’s nagaan of er een meerderheid in de Kamer te vinden is om de studie alsnog te bespreken. ‘Ik denk dat veel jonge Kamerleden slecht geïnformeerd zijn over West-Papoea.’
Ook NSC-Kamerlid Isa Kahraman vindt het ‘vreemd’ dat een minister om een studie vroeg en dat er vervolgens met de publicatie niets is gedaan. ‘Dan laat je de mensen daar maar wat bungelen.’ De voormalig directeur bij een internationaal adviesbureau wil er met Papoea’s graag verder over praten. Hij was overigens al wel aanwezig bij de bewuste bijeenkomst in de Tweede Kamer met Benny Wenda. Kahraman weet dat Indonesië in Papoea hardhandig optreedt en dat Nederland vanwege handelsbetrekkingen goede betrekkingen met Jakarta onderhoudt. ‘Maar juist als je goede banden met een land hebt, moet je de ander erop wijzen als ze mensenrechten overtreden. Mensenrechten mogen nooit inwisselbaar zijn voor handel.’
Beide parlementariërs zijn intussen wel zo realistisch dat ze geen snelle doorbraak verwachten. De Roon zegt dat ‘als je de zaak principieel bekijkt, de Papoea’s nog steeds een beroep kunnen doen op het recht van externe zelfbeschikking. Maar je moet wel in het oog houden wat wel en niet haalbaar is.’ Kahraman meent dat een regering nooit haar eigen burgers mag onderdrukken en als dat met door Nederland geleverde wapens zou gebeuren, zeker actie moet worden ondernomen. ‘Maar dat zou je dan wel eerst moeten bewijzen.’
Op zekere dag was ik in het bij het Capitool in Washington gelegen Rayburn House Office Building, waar Enu Faleomavaega (1943-2017) kantoor hield. Papoea-activist Octo Mote – in 1999 als politiek vluchteling in de VS geaccepteerd – had me bij de afgevaardigde van Amerikaans Samoa in het Huis geïntroduceerd. Faleomavaega had wat met West-Papoea. Er liggen bij de strijd tegen de Japanners gesneuvelde familieleden begraven en hij had zelf ervaren dat de Papoea’s net als de inwoners van Samoa vooral zichzelf willen zijn.
In 2007 was Faleomavaega naar West-Papoea gereisd om bij terugkeer zijn beklag bij toenmalig president Yudhoyono te doen. Men had hem er sterk in zijn bewegingsvrijheid beperkt. Drie jaar later organiseerde hij in het Congres een hoorzitting voor leden van de regering-Obama. Deelnemers waren onder andere prof. Drooglever, Octo Mote en Papoea-mensenrechtenactivist John Rumbiak. Faleomavaega inspireerde mij.
De toekomst tegemoet
Op welke manier kunnen de Papoea’s vooruitgang boeken op weg naar hun einddoel, de politieke onafhankelijkheid?
Duidelijk is dat, tenzij de Republiek Indonesië door interne spanningen uit elkaar valt, de vooruitzichten somber zijn. Regering en militair apparaat hebben het ‘van Sabang tot Merauke’ heilig verklaard. De staatsfilosofie pancasila heeft als derde pijler de ‘nationale eenheid en territoriale integriteit: één land, één natie, één taal’.
Daar komt bij dat Indonesië de in West-Papoea aanwezige rijkdommen aan goud, zilver, koper, nikkel, olie, gas en hout alleen onder zeer zware druk zal opgeven. Bedenk vervolgens dat geen enkele grote mogendheid het strategisch gelegen Indonesië vanwege de Papoea’s tegen de haren in wil strijken en de Papoea’s op eigen militaire kracht of met geweldloos verzet geen enkele kans maken.
Zullen de Papoea’s hun idealen dan maar opgeven? Geen sprake van. Zij kunnen de buitenwereld blijven confronteren met het feit dat hun het externe zelfbeschikkingsrecht is onthouden. Deze boodschap zal het meest aanspreken als tegelijk op de voor de Papoea’s vreselijke gevolgen van het Indonesische neokolonialisme wordt gewezen.
Door het mobiliseren van buitenlandse druk op Jakarta zouden de Papoea’s op weg naar het einddoel enkele tussendoelen kunnen realiseren: minder mensenrechtenschendingen, toereikende bescherming van hun culturele eigenheid, een begin van dialoog met nationale en regionale gezaghebbers. Niettemin. De huidige status quo zal nog geruime tijd voortduren.
Dramatische ontbossing
Als Raki Ap (40) in de strijd om onafhankelijkheid van zijn volk ergens door is gegrepen, is het door zijn Green State Vision. Raki is de vierde zoon van de in 1984 vermoorde Arnold Ap en diens vrouw Corrie. Voor de Papoea’s is hij internationaal woordvoerder en vooral actief in de Pacific-regio. ‘Je kunt de huidige ecoproblematiek niet los zien van de koloniale macht die Indonesië over West-Papoea uitoefent’, zegt hij.
Met een oppervlakte van zo’n 35 miljoen hectare tropische bossen heeft West-Papoea na Brazilië en Congo het grootste regenwoud ter wereld. Oerwouden zorgen voor zuurstof en regen en spelen een belangrijke rol in de strijd tegen klimaatverandering. Ze zijn de longen van de wereld en bieden mensen en bijzondere planten en dieren een thuis.
Toch kapt Indonesië omvangrijke bosgebieden. In de afgelopen twee decennia is bij onder meer Merauke, de Vogelkop en het grensgebied met Papoea-Nieuw-Guinea het bosareaal met 664.000 hectare afgenomen. De regering investeert er in industriële palmolieplantages en de aanleg van wegen, bruggen en vliegvelden. Daarbij wordt weinig of geen rekening gehouden met de grondrechten van bijvoorbeeld de Awyu-stam bij Merauke en de Moj in de Vogelkop.
‘Wijzelf zijn de beste beschermers van onze oerwouden’, zegt Raki. ‘Uit onderzoek van het Panel of Climate Change (UNIPCC) blijkt dat juist inheemse volken ervoor zorgen dat een wereldwijde biodiversiteit gewaarborgd blijft. Wij, Papoea’s, beschikken over de nodige ervaring om essentiële ecosystemen te beschermen. Ook daarom moeten we weer zeggenschap krijgen over ons eigen land.’
Minderheid in eigen land
Als gevolg van transmigratie vanuit vooral Java en Sulawesi naar West-Papoea zijn de inheemse Papoea’s anno 2025 echter een minderheid in eigen land geworden.
Toen Nederland in 1962 Nieuw-Guinea verliet, woonden daar 800.000 Papoea’s, terwijl er niet meer dan 18.000 Indonesiërs waren. In 1971 was nog 96 procent van de bevolking Papoea. Toen lanceerde president Soeharto (1967-1998) een grootscheeps transmigratieprogramma. Daardoor nam het Indonesische aandeel in de bevolking toe van 6 procent in 1972 tot 21 procent in 2000.
Vandaag de dag meldt het Indonesische Bureau voor de Statistiek dat West-Papoea 6,2 miljoen inwoners telt. Precieze getalsverhoudingen ontbreken, maar schattingen wijzen erop dat nog slechts 45 procent van de bevolking Papoea is. Alleen in het achterland vormen zij nog een meerderheid. Terwijl de groei van de niet-Papoeabevolking rond de 10 procent schommelt, blijft die van de Papoea’s daarbij ver achter.
De door premier Prabobo Subianto benoemde minister van Transmigratie Muhammed Suryanagara heeft aangekondigd dat het migratieprogramma voortvarend zal worden voortgezet. Voor de Papoea’s nadelige gevolgen zijn: minder werkgelegenheid, toename van culturele en religieuze spanningen, conflicten over grondrechten, nog minder zelfbestuur. Sommigen spreken van een slow motion genocide op het volk van de Papoea’s.