Feestdagkriebels wekt dit werk mogelijk niet direct, vanwege de neutrale ordinarium-woorden en onze onbekendheid met de als bouwstenen gebruikte Franse noëls. Toch zal de klanksfeer van ingehouden verwondering en onbevangen, haast naïeve vreugde weinig luisteraars onberoerd laten. Zijdezachte instrumentalisten en prachtig harmoniërende zangers, van elke categorie elf stuks, balanceren onder leiding van Sébastien Daucé tussen oprechte eenvoud en de voor Franse barok onmisbare elegante ornamenten.

Charpentier staat eeuwig in de schaduw van Jean-Baptiste Lully, die zichzelf veel slimmer verkocht, vooral aan de allesbepalende Zonnekoning Lodewijk XIV. Weg van het prachtlievende maar oppervlakkige hof stimuleerden Charpentiers mecenassen (een vrome aristocrate en diverse religieuze instituten) diens subtiel-doorleefde kunst. Een mystiek getinte opening van zijn weinig bekende collega Brossard en een ingetogen, aan de Messe ..