
Onlangs reisde ik af naar Egypte, samen met mijn jonge gezin en mijn moeder. Op de luchthaven in Hurghada kopen we, zoals iedere niet-Egyptenaar, een visum om het land in te komen. De douanier bekijkt mijn moeders visum, dan haar Nederlandse paspoort, spreekt haar naam uit en zegt streng: “U bent Egyptisch.”
“Jazeker”, antwoordt ze. “Ik ben hier geboren en getogen. Maar dat is lang geleden hoor.” Ze is bijna tachtig en kwam op haar twintigste naar Nederland.
“Hebt u geen geboorteakte?”
”Misschien. Thuis.”
”Een oud Egyptisch paspoort?”
”Nee, het is echt prima zo.”