Steeds meer Nederlanders kiezen voor een leefgemeenschap. En ze gaan er niet meer weg
De droom: samen tuinieren, lange avonden aan een grote tafel en kinderen die samen springtouwen tussen de klaprozen. De werkelijkheid: ruzie over lelijke mokken en vergaderingen over de vaatwasser. Toch kiezen steeds meer Nederlanders voor leven in een leefgemeenschap – en ze gaan er zelden meer vandaan.

Van buiten ziet haar huis er met een bakstenen gevel, kliko’s op de stoep en een fiets tegen het hek uit als de andere huizen in haar straat in Zuid-Londen. Achter de voordeur van schrijver en podcastmaker Elizabeth Oldfield delen echter vier volwassenen een hypotheek, een bankrekening en een koelkast. De huisgenoten werken met kook- en schoonmaakroosters en houden wekelijks een vergadering die ze de ‘gear grind love wells’-meeting noemen, waarin ze bespreken wat hen irriteert en hoe ze elkaar beter van dienst kunnen zijn.
De bewoners noemen hun woonvorm een micro-klooster, al twijfelden ze zelf eerder nog of ze hun leefgemeenschap niet tot The Order of St. Brené moesten dopen, naar de Amerikaan..