
Ergens in de winter van 2019 ben ik begonnen het Onzevader te doen. De aanleiding was dat ik regelmatig met een malend brein wakker lag.
Ik overwoog dat ik over tekst zou moeten kunnen beschikken om mijn aandacht toe te bepalen. Tekst die ik uit mijn hoofd kende, maar die niet bedoeld was om op te zeggen, want voor je het wist stond je in de voordrachtstand en was je de achterdeur uit. Gedichten lagen voor de hand, maar waarover? Het herfstbos? De rijkdom van het onvoltooide? Het moesten in elk geval gedichten zijn die aandachtig stemden: zo kwam ik op God. Ik dacht aan d..