Het is de meest onderbelichte crisis ter wereld: de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) wordt al ruim tien jaar geteisterd door rebellie, ingestorte voorzieningen en natuurgeweld.

Wereldwijd woeden 59 gewapende conflicten en lijden tientallen andere landen onder hongersnoden, onderdrukking of economische ineenstorting. Veel blijft buiten beeld. De Nieuwe Koers belicht elke editie een vergeten crisis.
De Centraal-Afrikaanse Republiek wordt al decennia lang geteisterd door instabiliteit en terugkerende crises. Sinds kolonisator Frankrijk in 1960 z’n biezen pakte, wilde het maar niet rustig worden. Het land midden in het Afrikaanse continent, qua oppervlakte ongeveer even groot als Frankrijk en België bij elkaar, gaat gebukt onder een voortslepend binnenlands conflict, dat nu al zo’n dertien jaar duurt.
De regering onder leiding van president Faustin-Archange Touadéra, die recent voor een derde ambtstermijn werd verkozen, heeft maar deels grip op het land, waardoor rebellengroepen vrij spel hebben.
Séléka
De burgeroorlog ontstond toen de rebellencoalitie Séléka in 2012 naar de hoofdstad Bangui trok om een staatsgreep te plegen. In maart 2013 slaagden zij daarin. Toenmalig president François Bozizé werd afgezet en vervangen door Séléka-leider Michel Djotodia. Hij bleek weinig controle te hebben over zijn eigen strijders en moest onder internationale druk aftreden. Een overgangsregering schreef in 2016 nieuwe verkiezingen uit, die de huidige president Touadéra won.
De Wagnergroep wordt beschuldigd van executies en intimidatie van burgers, maar “als er brand is, maakt de kleur van het bluswater niet uit”
Maar ook hij kreeg de onrust niet onder controle: Séléka-rebellen plunderden dorpen en pleegden geweld, vooral in het overwegend christelijke zuiden van het land. Als reactie organiseerden christelijke gemeenschappen hun eigen milities: de Anti-Balaka. Zij beschermden dorpen en probeerden later Séléka uit de hoofdstad te verdrijven.
Instabiliteit
In 2018 stuurde bondgenoot Rusland op verzoek van de regering militairen van de beruchte Wagnergroep naar Bangui om het regeringsleger te steunen. De Wagnergroep wordt beschuldigd van executies en intimidatie van burgers, maar “als er brand is, maakt de kleur van het bluswater niet uit”, aldus Touadéra. De harde hand van de Wagnergroep heeft het geweld in sommige gebieden teruggebracht, beaamt Eugene Jr Guillaume, directeur van War Child in CAR, maar “de constante oorlogsdreiging, zorgt voor veel angst”.
De mentale gezondheid staat sterk onder druk, drugsgebruik is een groot probleem. Het onvermogen om hiermee om te gaan past in een breder beeld van structurele verwaarlozing van sociale en infrastructurele voorzieningen, met name in het overwegend islamitische noorden, zeggen deskundigen. Wegen, onderwijs en gezondheidszorg ontbreken grotendeels. Veel inwoners in het noorden voelen zich meer verwant met hun geloofsgenoten in buurlanden Soedan en Tsjaad. Rebellen maken er dankbaar gebruik van de onvrede. “Zonder goed onderwijs hebben jongeren bovendien geen goed toekomstperspectief”, legt Eugene uit. “Dat maakt ze kwetsbaar om te worden gerekruteerd tot kindsoldaat.”
Natuurgeweld
Veelvuldige overstromingen voegen toe aan de misère. Bij de grootste overstroming in 2024 raakten duizenden huishoudens ontheemd. Ook raakte veel landbouwgrond beschadigd, wat de voedselvoorziening verder onder druk zette. Daarnaast treden door slechte sanitaire voorzieningen geregeld infectieziekten op, en uitbraken van cholera of mazelen. Klimaatverandering belooft bovendien weinig beterschap. De verwachting is dat het natuurgeweld de komende jaren alleen maar zal toenemen. Het gebrek aan internationale aandacht leidt volgens Eugene direct tot minder humanitaire hulp. “Miljoenen mensen hebben onvoldoende toegang tot voedsel, gezondheidszorg en bescherming tegen geweld.”
Bronnen: CARE Nederland, De Correspondent, Artsen zonder Grenzen, BBC, VPRO Frontlinie