Genade is andere koek

Voor deze editie sprak ik met Reina Steenwijk (p. 36), een van de trouwste leden van de Keizersgrachtkerk in Amsterdam.

Profielfoto Felix de Fijter
Felix de Fijter
Felix de Fijter
Felix de Fijter beeld: De Nieuwe Koers

Ze vertelde mij over haar leven, hoe ze opgroeide in Bergentheim, Veendam en Aalsmeer, maar vooral over de acht jaar van haar leven die ze in dienst stelde van Mangosuthu Buthelezi, de Zoeloe-prins, en een van de sleutelfiguren in de anti-apartheidsbeweging in Zuid-Afrika.

Ik had al gauw in de gaten dat ik veel van Reina kon leren. In haar Keizersgrachtkerk gaat het er weliswaar een stuk vrijzinniger aan toe dan ik gewend ben, maar ik heb de behoefte afgeleerd om daar conclusies of oordelen aan te verbinden. Beter kun je je afvragen of je wat kunt ontdekken.

Dat is trouwens ook de traditie van dit blad. In 1997 werd de vrijzinnige theoloog Harry Kuitert geïnterviewd door een van mijn voorgangers, Paul Meinders. Er stond weliswaar een hele verantwoording bij, maar toch had de redactie het aangedurfd een “verkenningsvoertuig te plaatsen op het landschap van de moderne theologie”. Jullie reformatorischen, zei Kuitert in het interview, zijn veel te bang. Je moet je niet zo naar binnen keren. Liever laat je het leven “botsen met de leer en kijk je vervolgens wat er gebeurt”.

Van Reina Steenwijk blijven twee gezichtspunten mij bij. Het ene over hoop. En het andere over genade. Hoop, zei ze, is iets waar je gerust in mag geloven, maar je moet het ook doen. Ze gaf een aangrijpend voorbeeld. Op een avond was ze te eten gevraagd bij Eric, die net als zij een naaste medewerker van Buthelezi was. Wat Reina niet wist, is dat Eric een hartgrondige hekel aan ‘blanken’ met zich meedroeg. En dat niet alleen. Hij had die diepe afkeer ook aan zijn eigen kinderen overgebracht: blanken moet je haten, en je moet ze nooit vertrouwen.

‘Tijdens de maaltijd ging Eric staan en zei tegen zijn kinderen met tranen in zijn ogen dat er toch ook blanken zijn die je vertrouwen kunt’

Maar toen kwam Reina. Een witte vrouw uit Europa, die zich met hart en ziel inzette voor de goede zaak. En tijdens de maaltijd ging Eric staan en zei tegen zijn kinderen met tranen in zijn ogen dat het toch ook anders kan. Dat er toch ook blanken zijn die je vertrouwen kunt. “Dat had hij niet hoeven doen”, zei Reina mij. “Maar hij deed het wel. En dat was een daad van hoop.”

Genade is andere koek, zei ze. Genade moet je gegeven worden. Die komt bij God vandaan; van de andere kant. Toen er door activisten een bom bij haar werd geplaatst, ging die niet af. En toen er in Botswana met haar remmen was geknoeid, overleefde ze het ongeluk. Dat dat genade was, weet ze wel zeker.

En al kun je genade niet over je afroepen, je kunt er wel op vertrouwen, zei Reina. Dat er vleugels zijn die je opvangen als je valt. Staatssecretaris Derk Boswijk (p. 62), juist een telg uit een bevindelijk gereformeerd geslacht, komt daar ook bij uit. “Soms zou je een handleiding willen hebben voor dit leven”, zegt hij. Zet deze vinkjes, en je bent er. Maar al zou het zo werken, dan kreeg je het niet voor elkaar. Het komt op vertrouwen aan, zegt hij. “Vertrouwen op de genade.”

Felix de Fijter
hoofdredacteur