Het regende toen dominee Jaap Koningsberger in januari 1947 op het vliegveld van Palembang uitstapte. Als leidinggevende legerpredikant bij de Nederlandse krijgsmacht in Indonesië begon hij hier zijn tournee over Sumatra. Vanaf het vliegveld reed hij per jeep naar het centrum van de stad. Enkele weken eerder was daar hard gevochten. De troepen hadden ‘behoorlijk geveegd’ en de ‘extremistische benden’ verdreven, aldus Koningsberger in Trouw. ‘Sporen van de gevechten waren nog duidelijk zichtbaar in de omgeving van het hospitaal en in het centrum van de oude stad. Het was echter nu volkomen rustig.’ Ongehinderd kon de legerpredikant de militairen bezoeken om hen aan te moedigen hun vaderlandse plicht te vervullen.

Wat Koningsberger verzweeg, was het feit dat de ‘bevrijding’ van Palembang gepaard was gegaan met grootschalig geweld tegen militairen en burgers. Collega-predikant Hendrik Fransen was erbij toen de Nederlanders de stad aanvielen. Bommenwerpers voerden luchtaanvallen uit, terwijl een torpedobootjager vanaf de rivier schoot op alles wat bewoog. Een groot deel van het stadscentrum werd door granaten in puin geschoten. Mitrailleu..