In de wijk waar ik opgroeide, hadden wij voor bepaalde plekken onofficiële namen die iedereen uit de buurt kende; in het bijzonder herinner ik mij ‘het grote meer’ en ‘het grote park’. Via die namen werd natuurlijk oriëntatie mogelijk – je wist dat je niet bij de kleinere variant moest zijn –, maar ze droegen ook een zekere eerbied en mysterie in zich, vervat in dat woordje ‘groot’. Voor kinderen, met een leven dat zich goeddeels afspeelt binnen een paar vierkante kilometer, waren het grote meer en het grote park de plekken waar iets groters gebeurt en waar je weinig tot geen grip hebt.

Ik moest hieraan terugdenken bij het lezen van het essay Over het verdwijnen van rituelen van de spraakmakende Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han. Han ziet hoe we plekken kwijtraken die richting en houvast geven – waardoor we steeds op zoek lijken naar iets nieuws. Zulke plekken spreken tot de verbeelding en geven ons leven structuur. Volgens Han hangt..