‘De oliekruik van de weduwe raakte maar niet leeg. Dat is hoe God werkt’
Als baby werd Karen González rooms-katholiek gedoopt in haar geboorteland Guatemala. Verder deden haar ouders niet veel met hun geloofstraditie. Boven haar wieg hing geen afbeelding van Jezus, maar van Che Guevara. Op tienjarige leeftijd liet Karen zich opnieuw dopen, maar deze keer in de Amerikaanse pinksterkerk die zij met haar oma bezocht. De familie was intussen geëmigreerd van Midden-Amerika naar de Verenigde Staten. Tegenwoordig is González protestants theoloog. Ze werkt als manager bij een grote christelijke non-profitorganisatie en toert (momenteel even vooral digitaal) langs vele kerken om haar verhaal te vertellen. ‘Ik ben christen, maar ik ben ook nog steeds Latina, en Guatemalaanse, en immigrant, en vrouw’, lees je zodra je haar website bezoekt. Hoe die identiteiten elkaar raken en op welke manieren ze overlappen, legt ze uit in haar boek The God Who Sees: Immigrants, the Bible, and the Journey to Belong.

U bent nu protestants, maar uw boek is wel opgebouwd aan de hand van rooms-katholieke sacramenten. Wat kunnen beide werelden van elkaar leren?
‘Het mooie van de katholieke kerk is haar sterke nadruk op lichamelijke geloofsbeleving. In de westerse protestantse kerk beleven we het geloof vaak intellectueel, maar het moet met lichaam, ziel en verstand. Ik houd van de wierook, de waarneembare tekenen van Gods genade. Ik houd van het ..